The lovely Linda

The lovely
Linda

‘Blackbird slaat toe (ondanks het vrouwtje)’ stond in grote letters boven een interview met McCartney in muziekkrant ‘Oor’ nav het concert dat Wings zojuist gegeven had in Nederland in het kader van de ‘Wings Over The World’ tour. Op 25 maart 1976 deed de ex Beatle nl. Ahoy aan met zijn nieuwe band. Het Amerikaanse deel van deze tour zou uitmonden in het album ‘Wings Over America’.
Linda kwam er niet goed af in het interview zoals al blijkt uit de denigrerende en vrouwonvriendelijke subtitel. Ook in de tekst zelf had de schrijver het op haar voorzien. Zo werd er gevraagd naar de Beatles-songs die Paul voor het eerst na het uiteenvallen van The Beatles speelde tijdens deze tour. Paul wilde dat niet te belangrijk maken gezien de mega schaduw van het verleden waaraan hij zich had moeten ontworstelen en antwoordde: ‘They are just songs’, waarop Linda als bijna hysterisch wordt afgeschilderd met een geschreeuwd: ‘THEY ARE GREAT SONGS!’ In de nadagen van The Beatles, als John en Paul meer en meer een eigen leven krijgen, onafhankelijk van elkaar, vinden ze elk een levensgezel die in meer (Yoko) of mindere (Linda) mate de rol van artistiek sparringpartner overneemt van het ex-klankbord.

De uitwerking van de vrouwen op de respectieve carrières is erg verschillend. Linda had een stem die goed functioneerde in de achtergrondzang voor Paul’s albums. Ze is de toetsenist van Wings geworden, eigenlijk alleen om als gezin bij elkaar te kunnen zijn tijdens de tournees. Haar invloed op de muziek van haar man lijkt zich naast de prima backingvocals te beperken tot zeer matig musiceren en heel erg ongemakkelijk bewegen in de videoclips van Wings. Met name in de clip voor ‘My Love’ oogt Linda totaal niet op haar plek. Ze ziet er ook nooit uit als iemand die ook maar enigszins op voet van gelijkwaardigheid meedoet in Wings. Eigenlijk ziet ze er niet uit als een musicus.
Yoko daarentegen heeft de richting van Johns carrière heel erg meebepaald: niet alleen door haar politiek activisme, maar ook doordat ze al een leven in de schijnwerpers had vóór John en nooit van plan is geweest alleen maar ‘de vrouw van’ te worden.
Linda echter wilde haar carrière ais fotograaf van de popsterren graag opofferen en is daardoor de vrouw van…. geworden met als voornaamste taak het uit de wind houden van haar man. Ze was er aan zijn zijde tijdens de tournees, ze was er voor zijn carrière. Haar muzikale inbreng is afgezien van de zang niet noemenswaardig; dat had een ander beter gedaan, maar ze was er en dat was erg belangrijk voor Paul. Op ‘Wings Over America’ is haar bijdrage adequaat als het om de toetsen gaat, met de kanttekening dat de complexere partijen door Paul of Denny gespeeld worden. Haar backing-vocals zijn voor mij vanaf ‘Ram’ een positief aspect van alle albums.
John zag Yoko als gelijkwaardig en als een waardig opvolger van Paul als sparringpartner.

‘Wings over America’ lag opeens in de winkels in december 1976 met een cover die ik nooit mooi heb gevonden en eigenlijk lang ook niet begrepen heb. De archive collection boxset maakte pas duidelijk wat het voor moest stellen. Een bont deel van een vliegtuig (dat zag ik ook wel) met opengaande deuren (de lichtstreep) waar Wings uit zou komen. De steeds bredere streep op de binnenhoezen suggereert het verder openen van de deur. De cover is ontworpen door Hipgnosis, dus het ligt helemaal aan mij dat ik dit niet de mooist denkbare hoes vind, hoewel de nieuwe uitgave op drie kleuren vinyl best mooi is: glanzend en net iets donkerder. Ook dit is weer zo’n album dat ik lang genegeerd heb in de winkel. Dit keer omdat ik nogal éénkennig was: als Paul niet zong hoefde het van mij niet. ‘Speed of Sound’? Laat maar. ‘Venus and Mars’: graag, maar wel altijd de twee songs na de ‘Venus and Mars’ reprise van kant twee overslaan. ‘Over America’: veel te veel leadvocals van andere bandleden en bovendien: Beatlessongs zonder de andere drie: een gevalletje ‘niet voor mij’. Maar ja: mijn weerkerend thema: al het andere was op een gegeven moment gekocht en ik had nog geld in mijn zak dat persé op moest. ‘Over America’ is zeker niet één van de top live-albums afgezet tegen live-albums van andere artiesten. The Allman Brothers, Peter Frampton, Neil Young, Hendrix, ze hebben het allemaal beter gedaan.

De eerste kant is meer dan prima en de laatste lp is echt te gek, maar het is als geheel geen album dat ik in één adem zou noemen met b.v. ‘The Allman Brothers live at Fillmore East’.
Ik moet hier wel even iets opbiechten. Ik ben mijn hele leven al een enorm fan van muziek op vinyl. Tot voor kort ging er niets boven die zwarte schijven voor de perfecte luisterervaring. Onlangs heb ik echter het fenomeen streaming ‘ontdekt’. Ik streamde natuurlijk al wel, maar eigenlijk alleen via de telefoon tijdens huishoudelijke karweitjes. Ik had me nog nooit verdiept in de diverse mogelijkheden en de installatie-voorwaarden om High Res te kunnen streamen. Nu alle voorwaarden aanwezig zijn om optimaal te kunnen genieten van gestreamde muziek, moet ik bekennen dat ik ‘Wings Over America’ nog nooit zo mooi gehoord heb als gestreamd via Qobuz. Daardoor is er sprake van een soort herwaardering van dit album. Hier kan geen lp tegenop. Voor het eerst heb ik het gevoel echt aanwezig te zijn bij dit concert. Voorheen klonk het een beetje als een vaag aftreksel van iets geweldigs. De bron voor Qobuz is ongetwijfeld de High Res versie van het album die je kon downloaden als je de ‘Archive deluxe’ box had gekocht. Dezelfde bron wordt, neem ik aan, ook gebruikt door Tidal. Maar zowel de download als de Tidal ‘versie’ haalt het gestreamd via mijn installatie, niet bij hoe dit album via Qobuz klinkt.

Op vinyl had ik vooral moeite met het akoestische gedeelte. Dat klonk in mijn beleving niet erg overtuigend. Via Qobuz beluisterd echter, wordt ook dit gedeelte een prachtige ervaring. De gitaren klinken vol en aanwezig en de samenzang is fenomenaal. Ik heb een zwak voor de gecombineerde stemmen van Paul, Linda en Denny L. Dit vocale bouwwerk is één van de dingen die met name ‘Band on the Run’ kleuren.
Tot voor kort miste ik die magie op ‘Over America’, maar via Qobuz is het er helemaal. Linda’s invloed op dit aspect van de muziek valt niet te ontkennen. Haar bijdrage als toetsenist mag dan minimaal zijn, haar stem in combinatie met genoemde mannen functioneert wonderschoon.

Wat dit album daarnaast bovengemiddeld de moeite waard maakt, is zijn plaats in de lange rij live-albums die nog zou volgen van McCartney. Een reeks waarin het accent telkens ligt op de albums die op dat moment net uit waren. Dat maakt het geheel van de live-albums tot een soort ‘fotoalbum in songs’. Een ‘en toen, en toen’. Een oeuvre-overzicht in highlights.
Zo is ‘Over America’ het album horend bij ‘Band on The Run t/m Speed of Sound’, ‘Tripping The live’ het album met voor het eerst ongelooflijk veel Beatlessongs en aandacht voor ‘Flowers in the Dirt’. Ook het album met de fraai uitgesponnen improvisaties. ‘Paul is live’ richt zich op ‘Off The Ground’ en lijkt verder een beetje ‘Tripping deel twee’ met aandacht voor de (Beatles)songs die niet op ‘Tripping’ zijn gekomen. ‘Back in The US’ (resp World) wil ‘Driving Rain’ onder de aandacht brengen en lijkt verder een herhaling van de sinds ‘Tripping’ vertrouwde McCartney formule die hier al wat sleets begint te worden doordat Paul niet schuwt om telkens weer dezelfde verbale inleiding te gebruiken en anekdotes aan te halen die een ieder in het publiek zo langzamerhand van binnen en van buiten kent. De tijd van de vrije improvisatie is ook een gepasseerd station: de solo’s van de albums worden nootgetrouw gereproduceerd. ‘Amoeba Gig’ is een opvallend live-album, niet alleen omdat ‘Memory Almost Full’ het album is dat geplugd wordt, maar ook door de intieme setting. Live in een grote ‘recordstore’ en dus voor een klein(er) gezelschap. De band hier is echt geweldig en meer dan op ‘Back in’ is er ruimte om vrijer te musiceren en te improviseren.

Linda is aanwezig als toetsenist op een groot deel van die albums, maar vanaf ‘Tripping’ is ze eigenlijk alleen nog aanwezig. De eigenlijke toetsenist is Wix. Muzikaal gezien een verschil van dag en nacht.
Het is in dat opzicht best gek dat mega-perfectionist McCartney omwille van het gezinsgeluk Linda als toetsenist van Wings kon accepteren. Waarom geen vakman/vakvrouw en Linda mee in een hoedanigheid die haar op het lijf geschreven zou zijn geweest: de rol van tourfotograaf.

Ik denk overigens dat er niet veel vrouwen zijn die zo goed op de been gebleven zouden zijn als Linda.
Ga er maar aanstaan: de haat van elke vrouwelijke fan over je heen krijgen omdat je er met de meest begerenswaardige Beatle vandoor gaat. Van de een op de andere dag achtergrondkoortjes moeten zingen op albums terwijl je even daarvoor misschien enkel onder de douche hebt gezongen. ‘Ja’ zeggen op de vraag of je je voor kunt stellen de toetsenist in een nieuw te vormen band te worden, omgeven door vakmensen die af en toe zelfs uitspreken dat Linda geen muzikaal wonder is en voor je tot drie kunt tellen zit je op het podium in een zaal vol studenten, die enkel geïnteresseerd zijn in de oude Beatlesmuziek. Dat verdient meer respect dan ze lange tijd gekregen heeft.

‘Gertrud Higgins’, zoals Paul haar menig avond tijdens de tour van 1989/90 voorstelt aan het publiek is enkel nog aanwezig omdat ze elkaar niet willen missen gedurende de tour. Ze wordt vriendelijker bejegend door het publiek, dan in 1976. Juist nu ze muzikaal gezien ontlast wordt, een stap terug doet, vindt ze acceptatie bij de massa die haar ziet als de geliefde vrouw van en niet meer als die Amerikaanse die er met de hoofdprijs vandoor is gegaan (een Beatle).

De serie live-albums is onbedoeld een document geworden van de rol van en de houding t.o.v. Linda. Ze begint als dé toetsenist van Wings en wordt uiteindelijk de vrouw voor de simpeler lijntjes naast Wix tijdens de wereldtournee van 89. Omgekeerd evenredig daaraan groeit met het verstrijken van de tijd de waardering bij het publiek voor haar. Is dat omdat de tijd dingen verzacht? Is het omdat ze minder aanwezig is in de muziek van haar man? ‘I wouldn’t have my old lady on stage’ of iets van gelijke strekking zei Mick Jagger ooit over het feit dat Linda in Wings zat. Het had altijd iets onnatuurlijks, maar is in zekere zin wel typisch McCartney. Paul, de familieman.

De buitenwereld krijgt haar steeds minder te zien als toetsenist. Als iets wat ze eigenlijk helemaal niet was, waardoor ze steeds meer in beeld komt als dat was ze wél was: een, naar men zegt lieve vrouw met veel eigen talenten en gaven. Pauls steun en toeverlaat.

Op zeventien april 1998 overlijdt ze. Een klein jaar (5 mei 1997) voor haar overlijden verschijnt het album ‘Flaming Pie’. Bij de een paar jaar geleden verschenen ‘Super Deluxe Archive’ uitgave zit een dvd met o.a. een docu vol momenten waarbij Linda en Paul overleggen met diverse mensen over artwork e.d.
Wat opvalt is de lieve interactie tussen die twee, of het nu genoemde overlegsituaties zijn of de momenten waarop ze gezeten naast elkaar (backing)vocals vastleggen. Linda is de met de jaren steeds stillere kracht achter Paul.
Zoals McCartney het zegt in My Love:
And when I go away
I know my heart can stay with my love
It’s understood
It’s in the hands of my love
And my Love does it good
En als iemand het kan weten is het McCartney wel.

In mono

In mono

Inleiding
Het komt waarschijnlijk doordat het ideaalplaatje intussen veranderd was, maar toch is het gek. The Beatles waren tot 1969 enkel geïnteresseerd in mono. Het mixen van de stereo-versies van albums lieten ze aan anderen over, terwijl ze zich wél met de mono-mix bemoeiden. Na ‘The White Album’ (in Amerika al mét ‘The White Album’), ging de knop om. Stereo moest het zijn en mono werd iets van het verleden. Daardoor verliep de kennismaking met wat gedurende het grootste deel van hun bestaan in essentie een monoband was, voor de meeste mensen die er, zoals ik, na 1970 mee in aanraking kwamen via een stereo-klankbeeld. En dat is dus wel een beetje gek. Gedurende decennia wordt het beeld van de klank van Beatles-albums dat je in je hoofd opbouwt bepaald door de klank van de over twee speakers verdeelde geluidswereld. Bij de albums gemaakt tijdens de jaren dat ze nog optraden zelfs de geluidswereld van twee speakers met een zo goed als leeg centraal punt tussen de speakers. Een ‘leeg’ midden.

De mono-sets (1)
Al in 1971 (en dus amper drie jaar na ‘The White Album’, het laatste Beatles-album dat ook in mono verscheen (de mono ‘Yellow Submarine’ is grotendeels een folddown), wekte het bevreemding dat McCartney een mono-versie van ‘Ram’ liet maken.
Waarom? Mono was toch behelpen? Dat was helemaal niet interessant en ouderwets!
De tijden waren veranderd. Stereo was het helemaal. Stereo, hét woord voor de moderne luisteraar.
De enkele mono-boxset (b.v. de rode uit 1982), verandert niets aan het plaatje; de band die vooral creëerde in een mono-wereld, was in de beleving van de (nieuwe) fans een stereo-band geworden.

Met het verschijnen van de cd boxset ‘The Beatles in Mono’ (2009) en later (2014) de vinylversie van die box (ja ik weet het; een helemaal nieuwe aanpak dus niet 1 op 1 de vinylversie van…..), werd meer algemeen bekend dat de band een grotere affiniteit had gehad met mono dan met stereo. In het verlengde daarvan werd bekend dat er destijds ook veel meer aandacht besteed werd aan de mono-albums en dat de bandleden zelf actief betrokken waren bij de mono-versies. Wilde je weten hoe de albums bedoeld waren? Beluister de mono-set!

Ik was sceptisch en vermoedde een marketingtactiek. Stereo had altijd voldaan en mono was iets dat hoorde bij lange wollen onderbroeken en kolenkachels. Toch?
Maar ja, als fan die al in geen tijden iets echt nieuws van The Beatles had kunnen kopen, ging ik voor de bijl en kocht de mono-cd-box in 2009 en een paar jaar later de vinyl-box.

De recensies waren ongelooflijk. Dit was het helemaal. Mooier werd het niet.
En mij viel de cd-set ongelooflijk tegen. In de eerste plaats bleek het geen goed idee mono door een hoofdtelefoon te beluisteren. Dat klonk gewoon voor geen meter. Maar via de speakers afgespeeld miste ik ook de dynamiek van stereo. Was dit het nu? Op vinyl zou het wel beter zijn toch? In 2014 was ik hoopvol gestemd; ik zou nu kunnen ervaren waarover men zo enthousiast was. Het bleek beter, maar ik miste de stereo-klank waarmee ik was opgegroeid en de eerste kennismaking met mono bood te weinig ter compensatie. Het bleef een redelijke mate van ijlheid houden.

De installatie
De cd-box stond, naast de vinylset, vergeten in een kast. Tot ik het tijd vond worden om mijn speakers en versterker te vervangen, waarna ik besloot eerst maar eens de cd-set een tweede kans te geven. Wie schetst mijn verbazing? Mono bleek niet alleen mooi, maar het liet stereo kansloos achter zich. Het bleek een bijna driedimensionale kwaliteit te bezitten. Een soort natuurlijk stereo 2.0, zonder echt stereo te zijn. Het klonk ook, vooral in het geval van The Beatles-set, heel erg modern. Zeker in vergelijking tot hun stereoalbums.

Ik kwam er meer en meer achter dat de mono-ervaring, veel meer dan stereo, afhankelijk was van details m.b.t. installatie, perfecte luisterplek t.o.v. de speakers etc.
Daarmee begon mijn zoektocht naar het optimale mono. Een zoektocht beginnend met een mono-stylus. De meest logische en meest eenvoudig te realiseren eerste stap.

Het schijnt, door het beperktere vlak waarbinnen alles zich afspeelt, veel moeilijker te zijn om een goede mono-mix te maken dan een goede stereo-mix. Elke gemaakte keuze heeft gevolgen voor al het andere in het plaatje. Bij stereo zijn de ruimtes groter. Het is grappig dat dit ‘alles moet kloppen’ een parallel kent in het hoe van het beluisteren. Hier geldt ook; alles moet kloppen. Of; hoe beter het klopt, hoe mooier het resultaat. Stereo klinkt eigenlijk altijd wel minimaal prima.

Er werd mij geadviseerd een Grado mono cartridge te kopen. Volgens de man van het advies een element met een warme klank. Wat hij als warm ervoer, vond ik echter een levenloze muffe klank. Op fora lees je soms dat mono-albums veel beter klinken wanneer ze afgetast worden met een stereo-element en ik zou het daar helemaal mee eens geweest zijn als de Grado mijn enige ervaring zou zijn gebleven.

Ter vervanging van de Grado koos ik een Ortofon 2M Mono. Ik had al een 2M Black en was daar meer dan tevreden over.
Dit mono-element heeft een 1 millimeter stylus. Het formaat van de gloriejaren van mono. Tegenwoordig worden monoalbums gesneden met een stereo-‘cuttinglathe’ waardoor de groeven, evenals bij stereoplaten het geval is een breedte hebben van 0,67mm. Hierdoor zakt een mono element van 1mm niet tot op de bodem van de groef van de nieuw gesneden mono-albums. Dat is geen probleem omdat de informatie in het bovenste stukje van de groef zit. Toch vind ik het jammer dat ik pas na de aanschaf van de 2M mono las dat er een 2M mono SE bestaat die wel een stylus van 0,67mm heeft. Dit element is speciaal voor de ‘The Beatles in Mono’ box ontwikkeld met in acht neming van alle specificaties van deze set. Ooit ga ik erachter komen of dit idd nog mooier is, maar om een element dat nog niet overdreven veel uren gespeeld heeft en meer dan prima bevalt te vervangen gaat me toch iets te ver.

Voor mensen die de mono-ervaring willen benaderen, maar geen mono-stylus willen aanschaffen én geen mono-functie op de versterker hebben: in de video over de Rolling Stones Singles Boxset deel 1 (eveneens een mono-set) van Parlogramauctions (YouTube) beschrijft Andrew een mooi en goedkoop alternatief. Twee kabels waarbij de eerste aan één kant twee tulpstekkers male heeft en aan de andere kant één female en een kabel die daarvan het spiegelbeeld is: twee female en één male.
Koppel deze kabels door de enkelvoudige stekkers te verbinden en verbind je speler via deze constructie met de voorversterker. Het mono dat de speler verlaat via een stereokabel komt zo als één signaal bij de voorversterker. Ik heb er zelf geen ervaring mee, maar als Andrew het zegt geloof ik direct dat het werkt.

Het is opvallend hoeveel beter een monoalbum gespeeld met het perfecte mono-element klinkt in vergelijking tot dezelfde ervaring via een stereonaald. Je zou denken; de informatie is mono, dus wat maakt het uit. Nou, heel veel dus. Nu hoorde ik nog meer waarom men zo enthousiast was.
De mono-ervaring werd er één die iets dubbels had. Enerzijds klonk de muziek duidelijk vanuit een centraal punt (het punt dat bij jaren ‘60 stereo juist vaak te leeg is), aan de andere kant had het een ruimtelijkheid die stereo zelfs niet benaderen kan.
Er is (vanuit het centrale punt) een meer rechts, meer links ervaring, maar verrassend genoeg ook een dichterbij of verder weg gevoel. Ja zelfs een: veel hoger of veel lager in het klankbeeld idee.

De mono-sets (2)

De 2014 vinylset is helemaal analoog. Ook zijn de oorspronkelijke aantekeningen voor deze set gebruikt. Je zou denken dat het resultaat daardoor ongelooflijk dicht ligt bij de eerste mono-persingen. Niets is minder waar. De aantekeningen geven een ideaalbeeld weer. Een ideaalbeeld waarvan men destijds bewust afweek. Had men de albums gemaakt zoals dat volgens de aantekeningen wenselijk was, EMI zou te maken hebben gekregen met stapels retourzendingen omdat de platenspelers van de doelgroep (de jeugd) op alle fronten tekort schoten.

In de eerste plaats zou de optimale basweergave de inferieure naalden aan matige armen uit de groef hebben doen springen en op de tweede plaats zou, door de speakers van menig koffergrammofoontje, elk HiFi gemastered album dof klinken. Dat laatste zorgde er destijds voor dat men ervoor koos die albums (en met name de vroegste albums) met veel meer hoog af te leveren. Dat maakt dat ze op hedendaagse spelers (meer HiFi) beluisterd, hoog en schril kunnen klinken. Ze missen de warmte die de 2014 set heeft.
Daar komt nog bij dat de eerste persingen moeilijk in goede staat te vinden zijn. De schijven zelf vallen over het algemeen nog wel mee en zijn er meestal beter aan toe dan stereo-lp’s uit hetzelfde jaar, maar de hoezen zijn vaak dramatisch. Nicotinevlekken, handtekeningen op hoes en label, vuil langs de flipbacks, verkleuringen van de niet gelamineerde achterkanten, scheuren langs de randen en wat al niet meer. Het is moeilijk mooie exemplaren te vinden en als je ze al vindt zijn ze prijzig.

De 2014 set is inmiddels onbetaalbaar en een heruitgave lijkt heel ver weg. De beperkte oplage verkocht destijds niet goed, maar nadat zo ongeveer de laatste box verkocht was en meer algemeen bekend werd hoe fenomenaal de set is, werd het een collectors item.

Wat te doen als je niet bij de gelukkigen hoort die wel een box hebben bemachtigd?
Ik heb naast de 2014 set, op The White Album na, van elk album minimaal één vroegste mono-persing. En ik heb de 2009 ‘In Mono’ cd-set.
Hoewel ik een bijna obsessieve vinylfanaat ben, moet ik toch zeggen dat, na de 2014 vinylset voor mij de 2009 cd-box de beste luisterervaring biedt. Deze cd’s klinken ongelooflijk goed en als je de vinylset niet kent zou je kunnen denken dat er echt geen betere manier is om The Beatles in mono te beluisteren. Het team achter deze uitgave heeft zich ongelooflijk beheerst. Geen boost van de bas, geen egalisering van het geluidsniveau van de tracks etc.
Een warme klank en een prachtig breed en diep mono-spectrum. Een aanrader en volgens mij nog steeds makkelijk te krijgen.
Overigens is ‘Revolver’ inmiddels in mono te koop in de boxset van de jongste heruitgave.
Dit lijkt de ultieme mono-versie van dit album te zijn. Ze klinkt zelfs nog beter dan de ‘Revolver’ in de 2014 box.
Deze schijf is echt het hoogtepunt in een box (‘Revolver’) met enkel fraaie schijven.

Conclusie

Het is te hopen voor de mensen die er geen hebben kunnen bemachtigen dat er over niet al te lange tijd een heruitgave van de vinylversie van de ‘In Mono’ set komt. De kans daarop lijkt echter klein. De set verkocht, zoals gezegd, aanvankelijk niet goed en pas nadat ze uitverkocht was werd het een beetje de heilige graal van The Beatleswereld.
Apple, of eigenlijk Universal lijkt niet genegen naar de wensen van fans te luisteren. Er wordt al zo’n tien jaar gevraagd om een nieuwe uitgave van de vinyl stereo boxset, maar dan niet gemaakt met digitale masters, maar geheel analoog zoals ook bij de ‘In Mono’ set gedaan is.
Een kansloos verzoek zo lijkt het. De 2014 box en de 1962/1966 en 1967/1970 dubbel lp’s laten horen hoe gaaf een analoge stereo-set zou kunnen klinken.
Ook maakt men telkens weer duidelijk dat een heruitgave van de mono-set erg onwaarschijnlijk is.
Gelukkig is, zoals eerder gezegd, de cd-set nog wel te krijgen. Een geweldig alternatief.
Veel en veel beter gedaan dan de stereo-set uit 2009.

Het is mooi dat de cd en vinyl ‘In Mono’ set naast elkaar bestaan. Door de afwijkende uitgangspunten zijn er wezenlijke verschillen in klankbeeld. En nu komen met het toenemend aantal album-boxsets steeds meer albums buiten de ‘In Mono’ boxsets om beschikbaar in de oorspronkelijke mono-mix. Aanvankelijk op Blu-ray of cd, maar ‘Revolver’ ook op vinyl. Meerdere opties om elk album in mono te beluisteren.
Keuzestress. Heerlijk!

Er zijn, zoals gezegd, meerdere goede redenen om naar The Beatles in mono te luisteren.
Het klinkt zoals de bandleden het bedoeld hebben. Er is meer zorg aan de mixen besteed. Het klinkt vaak veel beter dan de albums in stereo met hun wat verouderde keuzes rond een leeg midden.
Een heel goede bijkomende reden voor fans die, zoals ik, al decennia lang naar deze muziek luisteren: het biedt de kans om het meer dan vertrouwde weer als nieuw te ervaren. Door de mix-verschillen zowel in gekozen takes als in plaatsing van instrumenten en stemmen in het klankbeeld, klinkt de herinnering aan de kennismaking weer mee. Deze combinatie van vertrouwd zijn met en de wow-factor van het dat heb ik nog nooit (zo) gehoord is geweldig. Een erg prettige ervaring.