Tekst & muziek

Tekst &
muziek

‘John is de man van de woorden, Paul de man van de muziek’. Dit soort gemeenplaatsen en variaties op het thema hoorde je vaak midden jaren zeventig van de vorige eeuw. Lennon de woorden, McCartney de akkoorden.
Onzin natuurlijk, want hoewel je kunt stellen dat Lennon over het algemeen de betere teksten heeft geschreven en McCartney veel meer inzicht heeft in de theoretische achtergronden van muziek, een inzicht dat hij combineert met een ongelooflijk gevoel voor harmonie en melodie, schreven de heren zowel teksten als melodieën van songs. Vaak gescheiden van elkaar.

Door hun namen te verbinden tot een twee-eenheid onder songs, plaatsten ze zich in een rij grote schrijvers-duo’s. Duo’s die, anders dan bij John en Paul het geval is, wél werkten met een gescheiden taakverdeling: Bacharach-David, Gilbert and Sullivan, John-Taupin enzv.

Ik heb er nooit echt bij stilgestaan. De heren schreven (overwegend) ieder voor zich tekst én muziek. Nou en….. Tot ik onlangs mijn nogal eenzijdige fascinatie voor muziek op vinyl een beetje los heb gelaten en me ben gaan verdiepen in High Res streamen.
Met de juiste apparatuur en een abonnement bij een service die High Res audio aanbiedt, kan dat werkelijk fenomenaal klinken. Ik keek nooit verder dan de ‘gebrek aan kwaliteit’ veronderstelling en was onvoldoende geïnteresseerd in het gebeuren om tijd te steken in het onderzoeken van de opties, maar onlangs heb ik de stoute schoenen toch maar aangetrokken en nu is het een geweldige aanvulling op muziek op vinyl.

De twee grootste voordelen: alle denkbare muziek kan verkend worden én deze omvangrijke bibliotheek neemt geen ruimte in! Omdat ik zo langzamerhand een schoenlepel nodig heb om elk nieuw gekocht album een plek tussen de andere lp’s te geven is dat laatste mooi meegenomen.

Door te streamen heb ik de muziek van Elton John beter leren kennen. Ja ja, ik weet het: niets te vroeg, maar tot voor kort knapte ik af op de songs waarmee ik toevallig in aanraking kwam. Hoe kun je beter beginnen met luisteren naar Elton dan door ‘Goodbye Yellow Brick Road’ te verkennen? Maar na een minuut ‘Funeral for….’ was ik er wel klaar mee. Wat een geneuzel.
Dat het daarna echt interessant werd zou nog even verborgen blijven voor mij.
Ik heb de ‘luisterachterstand’ inmiddels in no time weggewerkt. Tijdens het luisteren sprongen er twee dingen uit: het ongelooflijk pianistische van zijn songs; de piano wordt echt geweldig gebruikt. Het tweede viel niet zozeer op, maar was meer een gedachte die langzaam vorm kreeg tijdens het luisteren. Het betreft de gedeelde verantwoording mbt het scheppen van de twee-eenheid tekst en muziek. Dat heeft bepaalde consequenties. Is dat belangrijk? Ja en nee. Mooi is en blijft mooi. Slecht blijft slecht of het eindproduct nu door één iemand geschapen is, of door twee. Maar er verandert wel degelijk iets met betrekking tot bepaalde aspecten van het ontstaan van teksten. Voor mij is dat niet onbelangrijk.

Zo las ik ergens dat ‘I’m still Standing’ ontstaan is nav een stukgelopen relatie van Bernie Taupin (tekstschrijver van Elton John). Op het moment dat Elton er zijn muzikale ideeën op los laat wordt het (in ieder geval voor de luisteraar) een lied met een andere lading. Het is een bijna agressief muzikaal power-house geworden waarin Elton bezingt hoe hij ondanks alle tegenslag, alle drugsgebruik etc. nog steeds overeind staat. Hij laat zich niet klein krijgen.
Wat in Bernie’s beleving misschien een tekst geschreven vanuit kwetsbaarheid is, klinkt nu (door de muzikale herinterpretatie) alles behalve kwetsbaar!

Hoe anders is dat als tekst en muziek van dezelfde hand zijn. Wil McCartney onvrede over zijn relatie met Jane onder woorden brengen en deze onvrede stem geven met muziek, het blijft zíjn verhaal. Zijn woorden worden gedragen door de klanken die Paul als passend heeft ervaren.
Ik mag er als luisteraar mijn eigen verhaal in horen, maar uiteindelijk blijft het Pauls ding. Ik kan, als hij er iets over los laat of biografen goed werk verrichten, een vinger krijgen achter het waarom van de verklankte onvrede. En dat is mooi: ik hoef me niet te verdiepen in de levens van twee mensen, nee, het lijntje naar de mannen die ik bewonder is een heel direct lijntje.

Bij ‘I’m Still Standing’ is al sprake van een herinterpretatie tussen het moment waarop de woorden het huis van Bernie verlaten en het moment waarop ze gedragen door de klanken van Elton mijn oor bereiken.
In de beleving van de luisteraar kan ‘I’m Still Standing’ (en dan bedoel ik de combinatie tekst/ ‘weerbare’ muziek) worden tot een persoonlijke hymne: ze zullen mij (de luisteraar) er verdorie niet onder krijgen.
Dat gebeurt natuurlijk bij de muziek van Lennon en McCartney ook, maar dan is er slechts sprake van één herinterpretatie. In het geval van Taupin ontstaat een herinterpretatie ván een herinterpretatie.

Op ‘Captain and the Kid’ staat ‘Blues Never Fade Away’ met daarin een verwijzing naar John Lennon (‘I miss John Lennons laugh). Elton bewaarde warme herinneringen aan Lennon. Op een autobiografisch album vinden, met dank aan Taupin’, die herinneringen een plekje. Hoe zou zoiets gaan? Zou Elton erom gevraagd hebben? De ‘I’ die Lennon mist is niet degene die de zin aan het papier heeft toevertrouwd.

Ik moet hier misschien bekennen dat ik niet heel erg geïnteresseerd ben in popmusici die enkel reproduceren. Mooi zingen? Prima, maar wat zing je dan? Enkel jouw interpretatie van songs door een ander geschreven? Ik laat het graag aan me voorbij gaan. Een uitzondering maak ik voor de coveralbums van mensen die overwegend albums uitbrengen met eigen werk en slechts af en toe een coveralbum. ‘Run Devil Run’, ‘Kisses on the Bottom’, ik vind ze geweldig, ook omdat iemand die normaal gesproken eigen werk vertolkt, dit soort albums op kan nemen met een overkoepelende gedachte.

Maar goed, de eindeloze rij zangers en zangeressen die het werk van anderen reproduceren laat ik zonder enige moeite voor wat het is.
Ik houd van de combinatie scheppen/uitvoeren. Er zit voor mij een soort gradatie in de lijn enkel reproduceren, tekst óf muziek schrijven om zelf uit te voeren, tekst én muziek schrijven en dit ook nog eens zelf op de plaat zetten. Een gradatie van minst interessant naar heel boeiend.
Een uitzondering maak ik voor de muziek van ruwweg vóór Elvis en voor de Elvis van vóór zijn militairedienst.

De schrijvers duo’s uit de periode vóór de Rock and Roll zijn geworteld in een tijd waarin de opzet van de muziekindustrie een andere was. Je had enerzijds de schrijvers (heel vaak duo’s) en anderzijds de uitvoerders waarvoor de duo’s schreven.
Pas als in de jaren zestig van de vorige eeuw duidelijk wordt dat er aanzien en geld verdiend kan worden met het zelf scheppen van wat je opneemt, versmelten schrijver/kunstenaar en uitvoerende.

Zoals gezegd heb ik door het fenomeen streaming (eindelijk) Elton John echt leren kennen en waarderen. Luisteren naar zijn muziek zal echter in mijn beleving nooit zelfs maar in de buurt kunnen komen van luisteren naar The Beatles. Deels heeft dat te maken met jeugdsentiment, maar deels ook met kwaliteit. Elton’s muziek heeft wat meer elementen die voor een zekere herkenbaarheid in zijn scheppen zorgen. Lennon en McCartney zijn minder verankerd in één stijl. Eigenlijk zijn ze helemaal niet vergroeid met één stijl. Er is sprake van een permanente ontwikkeling. Zeker in de jaren zestig zijn ze bijna niet bij te houden wat betreft stijlveranderingen in muziek en tekst. Dat laatste aspect (de tekst) is wel meer Johns terrein dan dat van Paul.

Dat ze daarnaast ook nog eens alle twee, Harrison meenemend, alle drie, de eigen gevoelswereld verklanken, is voor mij echt een mega pluspunt. Lennon die een laag zelfbeeld heeft en ‘I’m a Loser’ schrijft of de ellende van zijn jeugd van zich afschrijft/schreeuwt op een aangrijpend album, McCartney die de herinnering aan musiceren aan de piano te midden van ooms en tantes levend houdt met songs als ‘Honey Pie’, of zijn wisselende gevoelens t.o.v. Jane verwoordt én verklankt in een reeks songs, George die iets simpels als het weer gaan schijnen van de zon koppelt aan zijn stemming op dat moment en een monument in woord en klank schept, het geeft iets extra’s. Het geeft mij als fan een inkijkje in hun wereld. Het laat mij een heel klein beetje meekijken over hun schouder.

En natuurlijk is het niet allemaal even belangrijk. Soms betreft het gewoon ‘Silly Love Songs’, maar dan nog zegt het iets over de bedenker. De man die ‘Helter Skelter’ heeft gecreëerd, heeft blijkbaar ook een antenne voor ‘onzinnige liefdesliedjes’, ja zelfs voor kinderliedjes. Het totaal van zijn scheppen wordt daarmee autobiografisch. Elton John’s canon is hoogstens biografisch.

Taupin is de man in de schaduw. Hij is de naam naast die van Elton onder songs. Omdat hij niet uitvoert is hij veel minder een publiekfiguur. Wil ik meekijken over zijn schouder? Ach, niet persé. Ik ken hem immers niet. Dat maakt het niet oninteressant en de teksten zijn absoluut boeiend, maar die verbinding met de bedenker heeft een meerwaarde voor mij.

Mijn helden vereeuwigen aspecten van hun leven. En in die verwoordingen, gedragen door klanken die ze zélf als passend ervaren, zal hun bestaan, het feit dat ze hier rondlopen of ooit hebben rondgelopen, eeuwigheidswaarde blijken te hebben.
Ik mag woorden en muziek, maken tot een deel van mijn zijn, mijn verhaal, maar uiteindelijk bewaren de woorden en klanken van John, Paul en George fragmenten van hún zijn ‘tot het einde der tijden’.