Bruce en Bach

Bruce en
Bach

‘History is a knotted string of fact and memory.’ Aldus Jerry Hammack in de inleiding tot zijn vijfdelige serie ‘The Beatles Recording Reference Manual.’

Hoewel The Beatles al ten tijde van hun bestaan gezien werden als een fenomeen van de buitencategorie, ontkwamen ook zij niet aan een typisch menselijk verschijnsel. De mens is nl. geneigd de aanwezigheid van de grootste artiesten/musici/kunstenaars onder hen als min of meer vanzelfsprekend te beschouwen. Hun scheppen is één ding, de verhalen en gebeurtenissen achter de creaties zijn iets anders. Deze zijn op het moment van creëren niet heel interessant. Morgen, overmorgen of over een maand wordt hetzelfde rondje in de studio of op het podium immers weer gemaakt met nieuw materiaal.
Pas nadat een artiest het tijdelijke voor het eeuwige heeft verruild, of een popgroep (lees The Beatles) al lang en breed iets van het verleden geworden is, komt de nieuwsgierigheid. Hoe was het? Hoe deden ze wat ze deden en wanneer deden ze wat precies?
In het geval van The Beatles is EMI gelukkig zo verstandig geweest bijna alles te bewaren.

‘History is a knotted string of fact and memory.’ De ‘facts’ waarnaar in deze zin verwezen wordt, verdwijnen uit beeld. Herinneringen houden de gebeurtenissen van weleer levend. Maar de verstrijkende tijd maakt deze herinneringen minder en minder betrouwbaar.

Voeg daaraan toe dat één van de meer dominante muziekstijlen van de jaren zeventig van de vorige eeuw in niets te vergelijken was met dat wat ervoor kwam, ja dat deze stijl zich zelfs afzette tegen wat tot voor kort (terecht) gezien werd als absolute top, tegen datgene wat kwaliteit had en de voorwaarden om de achtergronden van wat belangrijk was te vergeten worden nog eens versterkt. Nogmaals; ik heb het niet over de onvergetelijke muziek, die kan wel eens een tijdje uit beeld raken, maar kwaliteit verloochend zich uiteindelijk nooit. Ik heb het over de feiten en data achter het oeuvre.

Punk veegde de vloer aan met de voorgangers. Voorgangers die in hun ogen te oud waren om nog serieus genomen te worden. The Beatles leken aan relevantie te verliezen.
Het is geen verschijnsel waar The Fab Four het alleenrecht op hebben. Sterker nog, dit soort vragen (het hoe en wanneer) dat met het verstrijken van tijd omgekeerd evenredig aan het toenemende verlies aan informatie uit de eerste hand aan belang wint, stelt men zich al langer in de klassieke muziek.

Tijdens mijn studie aan het conservatorium raakte ik vertrouwd met het fenomeen historische uitvoeringspraktrijk.
Dit is het etiket dat de muziekwereld plakt op de behoefte de muziek uit elke periode uit het verleden zoveel mogelijk te spelen zoals ze destijds gespeeld werd. Wat tijdens het ontstaan van b.v. de muziek van de barok (een etiket dat natuurlijk pas veel later op de periode geplakt is) een vanzelfsprekende manier van musiceren was, wordt met het verstrijken der jaren na vele stijlveranderingen iets dat totaal uit zicht raakt. Historische uitvoeringspraktijk probeert te achterhalen hoe de muziek in elke stijl-periode geklonken heeft.
Op een min of meer vergelijkbare manier pluizen The Analogues het werk van The Beatles uit om zo tot een zo getrouw mogelijke uitvoering van de muziek te komen. Dat het hierbij gaat om muziek die door de groep zelf nooit live is uitgevoerd maakt het nog meer speciaal.

Om zoveel mogelijk te achterhalen wat de beste manier is om b.v. het werk van J.S. Bach te spelen werken musici en wetenschappers boeken uit de barok door in de hoop antwoorden te vinden, speurt men schilderijen met musicerende mensen af naar aanwijzingen en speelt men op instrumenten uit die tijd. Vergelijk dit weer met The Analogues die ook enkel historisch correcte instrumenten gebruiken en niet zoals Wix Wickens dat doet bij de concerten van McCartney, synthesizers etc. In het geval van de concerten van McCartney kan dat natuurlijk ook niet anders; je zou anders een flink aantal ‘Wixjes’ meer nodig hebben.

In de klassieke muziek gaat het zelfs zover dat, waar men aanvankelijk elk door de tijd aangetast klavecimbel restaureerde, men tegenwoordig instrumenten soms in hun vervallen staat bewaart zodat toekomstige generaties met betere technische middelen informatie kunnen winnen uit restjes vilt, gebroken snaren enzv. Daarmee samenhangend is er de behoefte om de lijnen waarlangs het talent van een Bach zich heeft ontwikkelt, te ontrafelen. Wanneer deed hij wat precies, waar heeft hij bepaalde dingen geleerd en in welke volgorde?

Over The Beatles en over de vier groepsleden individueel zijn inmiddels boeken vol geschreven. Veel lezenswaardige boeken en nog heel veel meer onzinnige schrijfsels. Het biografisch deel is tot vervelens toe uitgemolken, maar er is nog wel iets dat met een beetje goede wil een deelaspect van de biografie genoemd kan worden. Dit deelgebied wint de laatste decennia aan belang en steeds meer schrijvers wijden woorden aan deze onderwerpen.
Op een manier die vergelijkbaar is met de hiervoor beschreven zoektocht naar achtergrondinformatie over (het werk van) Bach wordt er meer en meer gezocht naar het hoe wat waar en wanneer in de ontwikkeling van The Beatles en de solocarrières van McCartney, Lennon en Harrison. Of de Starr van na The Beatles ooit die aandacht zal krijgen?

Mark Lewisohn hoorde met zijn in 1988 verschenen boek ‘The Beatles Recording Sessions’ tot de pioniers op het gebeid van historisch onderzoek. Aan dit boek lag het onderzoekswerk van EMI medewerker John Barrett ten grondslag.
Een boek dat decennia lang hoog aangeschreven stond onder de fans die het naadje van de kous wilden weten. Inmiddels heeft het boek iets van zijn aureool van grootsheid verloren, wat niet wegneemt dat het nog steeds meer dan lezenswaardig en uiterst informatief is.
Jerry Hammack heeft met zijn vijfdelige serie ‘The Beatles Recording Reference Manual’ de fakkel overgenomen. Geen leesvoer, wel een uitvoerig naslagwerk. Helaas niet foutloos, maar dat is misschien ook niet te doen.

Een even boeiend studiegebied betreft het onderzoek naar de ontwikkeling van Lennon, McCartney, Harrison en Starr als musici. Hoe hebben met name de componisten in de band zich ontwikkeld tot wie ze zijn geworden? Bij wie hebben ze de kunst afgekeken en hoe hebben ze zich dingen eigen gemaakt. Hoe hebben ze vervolgens de voorbeelden zover achter zich kunnen laten? Wat zijn de muzikale kenmerken in elk jaar van het bestaan van de groep?
Een ongelooflijk boeiend boek (in twee delen) over deze onderwerpen en nog veel meer is ‘The Beatles as Musicians’ van Walter Everett. Om dit boek met plezier te kunnen lezen is het wel nodig over een behoorlijke hoeveelheid muzikaal-theoretische kennis te beschikken.

‘Recording The Beatles’, een boek over de apparatuur waarmee het werk van de groep is vastgelegd. Helaas op dit moment niet te koop. Er komt een herdruk, maar ‘soon’ is blijkbaar een rekbaar begrip.

De jaren na het uiteenvallen van de groep worden door het schrijversgilde gelukkig ook niet vergeten.
Allereerst is er het fantastische ‘Maccazine’. Een absolute aanrader, twee keer per jaar verschijnend. Achtergrondinformatie over albums, sessies, gebruikte gitaren en wat al niet meer. Het levert een lange tijdlijn op van het leven van één der allergrootsten.

‘Lennonology’ van Madinger en Raile mag ook niet onvermeld blijven. Hoe kom je overigens op die geniale titels: ‘Maccazine’ en ‘Lennonology’? Echt te gek.

Voor inzicht in het werk van McCartney en Wings zijn de boeken van Adrian Allan onmisbaar. De muzikaal-analytische boeken veronderstellen weer een ruime mate van muziektheoretische kennis, maar de twee boeken over het ‘on the road’ gebeuren zijn een bron van informatie voor een ieder die daarin geïnteresseerd is.

In het bootleg-circuit zijn al langer opnames etc te vinden die kernmomenten in carrières hebben gevangen in beeld en geluid. In uitgaves als de ‘McCartney Archive Collection’ komt veel (beeld)materiaal, nu in een veel betere kwaliteit dan via de bootlegs, beschikbaar. Zo vind je in de box van ‘Red Rose Speedway’ zowel de integrale ‘James Paul McCartney show’ als ook de ‘Bruce McMouse show’.
Eerst genoemde is destijds op tv vertoond. Bruce moest wachten tot de uitgave van de box van ‘Red Rose’. Het op de plank leggen van de avonturen van dit muisje viel destijds goed te verdedigen. Het is weer zo’n typisch McCartney dingetje dat geen bijdrage zou hebben geleverd aan het beeld van hem als serieus te nemen popartiest.
De verlate uitgave is evenzeer goed te verdedigen. Zowel de tv-show (en dan met name het geënsceneerde concert tegen het eind) als Bruce geven een inkijkje in de wereld van deze vroege Wings line-up. De opdringerige muis doet geen enkele afbreuk aan het belang van dit soort beeldmateriaal. Iedereen kent de beelden en daarmee de dynamiek van de groep ten tijde van ‘Rockshow’. Maar (kennis van) deze vroege, onderbelichte incarnatie is minstens even belangrijk.

Het is een groot geluk dat zowel schrijvers, musicologen als onderzoekers op een moment dat het woord ‘recente’ nog niet helemaal misplaatst is voor het woord ‘verleden’, vastleggen hoe één en ander destijds gegaan is. Op Facebook-pagina’s gewijd aan The Beatles merk ik dat steeds meer jongere fans een romantisch beeld van de band cultiveren. Halve waarheden en grote onzin vliegen je niet zelden om de oren. Alles vanuit een behoefte de zwarte bladzijden die ook onderdeel van het verhaal zijn te herschrijven tot een soort heldenroman rond vier boezemvrienden. Doordat ook de boeken horend bij de recente heruitgaven van Beatles-albums en de docu ‘Get Back’ deze wat vrijere interpretatie van het verleden niet schuwen, kan de werkelijke dynamiek van met name de laatste jaren van de groep en de eerste jaren na het uiteenvallen, een beetje uit beeld raken. Een eerste stap naar van de radar verdwijnen. Dat mag nooit gebeuren.

Ik begrijp overigens wel dat dat herschrijven ook vanuit de nog levende leden gebeurt. Werkt het niet altijd zo dat de kwaadheid die aanvankelijk het doorleefde vervuilt met het verstrijken van tijd oplost in de glans van het verleden? McCartney en Starr koesteren geen wrok meer. Ze zijn misschien wel de grootste fans geworden van hun eigen verleden, van The Beatles.

Ook ik had als puber-fan de behoefte het verleden te herschrijven. Ik wist niets en wilde ook niets weten van ruzies tijdens ‘The White Album sessies’. Een dergelijk geniaal album kon niet ontstaan zijn tijdens gespannen sessies. Nee, de heren hadden ongetwijfeld tot de laatste dag in vriendschap samengewerkt. Er moest iets gebeurd zijn waardoor het op het allerlaatste moment mis was gegaan. De laatste song van het laatste album toevertrouwd aan tape en bats, dat was het……..tot ik in het blad ‘Muziek Expres’ las hoe het daadwerkelijk gegaan was én een foto zag met daarop vier Beatles en Yoko die dichter bij Lennon stond dan Paul, George en Ringo. Een symbolisch plaatje van een werkelijkheid die ik tot dat moment niet had willen kennen.

Het is geweldig dat mensen die er objectief naar kunnen kijken de reis die de vier heren, gezamenlijk en zeker ook afzonderlijk hebben gemaakt, vastleggen, zodat dit geweldige verhaal, het decor waartegen zoveel ongelooflijke muziek is geschapen, niet vergeten wordt.
Lang leve dus ook Bruce, die als kleine muis een heel klein stukje geschiedenis mag bewaken.

83!

83!

Beste John……., mag ik John zeggen? Je kent me niet en ik ken jou niet echt, maar je lijkt me iemand die zelfs op drieëntachtigjarige leeftijd met John aangesproken zou willen worden.
Overigens, nu we het toch over ‘kennen’ hebben, moet ik bekennen dat ik, toen ik mijn eerste lp kocht, geen idee had wat de namen van de vier er vrij identiek uitziende mannen op de hoes waren. Ik weet niet eens zeker of ik de naam ‘Beatles’ eerder gehoord had. Ik vond de herfstige hoesfoto gewoon geweldig. Reden genoeg om het album te kopen. Dat is uiteindelijk één van de meest bepalende keuzes van mijn leven gebleken. Jullie zijn daarna nooit meer uit mijn dagen verdwenen. Jíj́ bent niet meer uit mijn leven weg te denken.

Jullie zagen er moe uit op de hoesfoto. Veel later las ik ergens dat dat kwam doordat de voorafgaande maanden hun tol begonnen te eisen. Op het moment dat ik de verhalen achter album en foto leerde kennen wist ik natuurlijk al lang dat jij de tweede van links was.

Het heeft wel iets moois, een kennismaking met jou en jouw groep (want dat was het op dat moment zeker nog, Paul zou pas later de rol van leider oppakken), tegen de achtergrond van een herfst. Het is immers in jouw leven ook figuurlijk vaak herfst geweest.
Het gedoe met je vader, de afstand tot je moeder, het haar terugvinden al snel gevolgd door haar vroegtijdige, gewelddadige dood.
De jaren waarin je uitgeblust voor de tv hing. Moe van The Beatles-gekte, nog in afwachting van je eerste ontmoeting met Yoko.
De relatief korte periode met haar waarin je dacht een kind met haar te krijgen. Het mocht helaas nog niet zo zijn.
Yoko, door jou uit je leven verjaagd op een harteloze manier. Uiteindelijk vonden jullie elkaar een tweede keer en mochten jullie alsnog een kind verwelkomen. Jullie wisten het niet, maar de tijd die jullie gedrieën nog restte zou heel erg beperkt blijken te zijn.

Drieentachtig zou je deze maand geworden zijn. Drieëntachtig! Toen een gek een eind aan je leven maakte was je nog maar veertig. Minder dan half zo oud. Je leek ouder. Veel ouder. In mijn 18 jarige ogen was je toe aan pensioen en gedurende de voorafgaande jaren léék je ook met pensioen.

Popsterren hebben het eeuwigleven. Als ze gedurende hun leven tenminste iets te vertellen hebben gehad. En iets te vertellen had je. Vooral gedurende de periode dat Paul je sparringpartner was en in de eerste jaren volgend op jullie scheiding. Jou bleek na The Beatles niet veel tijd meer gegund waardoor er verhoudingsgewijs weinig solo-albums van je zijn verschenen.
Zou je, als je net als Paul, de tachtig zou hebben mogen passeren, heel veel meer hebben nagelaten? Het is niet onwaarschijnlijk, maar afgaand op de pauze die je al eens had ingelast, is het ook niet ondenkbaar dat je slechts af en toe in de openbaarheid getreden zou zijn.

Tegen het eind van de film ‘Yesterday’ kom je nog even in beeld. Nou ja, ik hoef jou natuurlijk niet te vertellen dat je dat niet echt bent, maar het beeld is mooi. Je straalt rust en vrede uit. Ik kan me eigenlijk wel voorstellen dat het echt zo gelopen zou zijn. Met dien verstande dat de inspiratie af en toe nog vat op je zou hebben gekregen. Maar gedurende periodes van jaren achtereen zou je volgens mij best hebben kunnen kiezen voor een bestaan buiten de spotlights.

Was je spiritueel? Gedurende fases in je leven zeker. Denk alleen maar aan ‘The Frost Programme’ van 29 september 1967 waarin je, gezeten naast George, vertelt over je eerste ontmoeting met de Maharishi. De periode dat je nog enthousiast over hem was. De maanden vóór jullie naar India zouden gaan. Overigens moet de man die iets als ‘Imagine’ kan schrijven zich volgens mij wel verbonden voelen met het onbenoembare.
Of kwam het echt ‘Out The Blue’ tot je? Dat noem je dan wel weer ‘inspiratie’ en dat heeft weer iets te maken met de geest krijgen/ontvangen. Maar laat ik niet aan een woordspelletje met jou beginnen. Woorden waren immers jouw terrein, je grote kracht.

Beste John. Drieentachtig! Je bent al lang niet meer onder ons, maar dankzij je muziek heb je ons nooit echt verlaten. Om jou te citeren: ‘Wherever You Are, You Are Here.’
Van harte John.

Naked?

Naked?

‘The winter of discontent’. Was het niet Harrison die de sessies van januari 1969 nog begin jaren ‘90 van de vorige eeuw in die bewoordingen beschreef? Meer dan twintig jaar zijn er verstreken sinds die koude, kille maand en nog altijd bewaart George er geen warme herinneringen aan.

Peter Jackson laat in zijn schitterende driedelige documentaire ‘Get Back’ zien dat het niet allemaal kommer en kwel was, maar George zal het zich niet verkeerd herinneren; het moet voor de heren geen pretje geweest zijn tot elkaar veroordeeld te zijn. De docu bewijst dat de oude chemie er zeker nog was, maar delen van de docu, andere bronnen én de herinneringen van de betrokkenen tonen dat die chemie niet meer constant aanwezig was. Alles behalve.

Wat de Jackson docu ook laat zien, naast alle jolijt, is dat het een behoorlijk chaotisch gebeuren was en dan druk ik me nog voorzichtig uit.
Grote delen van de tijd werd er gepraat over de opzet van het nog te plannen slotconcert. Paul wil heel graag spelen voor een grote groep fans, George wil niets liever dan zo snel mogelijk een album maken en naar huis. Voor hem geen ‘terug naar de dagen van voor Candlestick Park’.
Er wordt gepraat en gepraat. Vooral het feit dat Michael Lindsay-Hogg hierbij het hoogste woord voert ervaar ik als uiterst irritant. Het is één van de aspecten van de docu die, bij alles wat er geweldig aan is, niet uitnodigt tot het telkens weer bekijken van de serie. Al het andere maakt dan weer dat ik er geen genoeg van kan krijgen. Dichter op het creatieve gebeuren binnen de groep kun je niet komen en dat het ontstaan van de song ‘Get Back’ op beeld is vastgelegd is een cadeau van de buitencategorie.

Op momenten dat er niet gepraat werd, werd er veelal muziek gemaakt. Vaak werd er geschaafd aan songs, maar vaak ook werden oude Rock & Roll songs gespeeld en dat gebeurde lang niet altijd op een acceptabel niveau.

George leek niet meer geïnteresseerd in The Beatles en Lennon en McCartney bleken echt niet geïnteresseerd in de mening van George.
Lennon was, om het maar eens in het Engels te zeggen: ‘out of it’. Verslingerd aan Yoko, verslaafd aan heroïne. Er komt weinig uit zijn koker. De songs die hij wél aandraagt behoeven het één en ander aan schaafwerk en opvallenderwijs is het vooral Paul die zich bezig houdt met de opbouw van de songs van Lennon. Eerlijk gezegd viel de input van Lennon me behoorlijk tegen als je af kunt gaan op de ‘Get Back’ serie en het lijkt me te makkelijk om dat af te schuiven op de (vermeende) dominantie van McCartney.

Je kunt je afvragen of er een album zou zijn gekomen als Billy Preston niet als katalysator aanwezig zou zijn geweest tijdens de tweede helft van de sessies.
De blik in de ogen van McCartney op het moment dat Preston voor het eerst meespeelt en alles op z’n plek valt! De geniale McCartney heeft aan een half ‘oor’ genoeg om te weten dat dit het helemaal is.

De groep die tot ‘Let it Be’ op een ongelooflijk hoog niveau had gewerkt, die revolutionair was gebleken in de studio, zat eind januari opgescheept met meters en meters tape.
Zoals bekend was het uitgangspunt van deze sessies een ‘terug naar de basis’. Geen studio-trucs. Alles live gespeeld. Helaas liepen de pogingen van Glyn Johns om een album uit de berg tapes te destilleren op niets uit. Phil Spector mocht vervolgens proberen iets te maken van de puinhoop, resultaat van de eerste maand van 1969.

Je kunt over elk album van The Beatles een mening hebben, maar, heel misschien met uitzondering van de discussies rond ‘The White Album’ over of een één lp versie beter geweest zou zijn (nee hoor!) denk ik dat je kunt stellen dat het onzinnig is om te praten over betere opties voor. Je kunt het mooi vinden of niet, maar ‘Abbey Road’ is het perfecte slotakkoord in hun output. ‘Rubber Soul’ en ‘Revolver’ zijn perfecte uittingen van de artistieke stand van zaken van dat moment.
En is er een beter document voor 1967 denkbaar dan het psychedelische ‘Pepper’?

Doordat uitgangspunt en uiteindelijk resultaat door de keuze voor Spector zover uit elkaar liggen en er daarnaast oneindig veel takes van alle songs bestaan, is ‘Let it Be’ ertoe veroordeeld tot in lengte van dagen een werk in uitvoering te blijven. Een album zonder ultieme versie.
Er zijn op dit moment drie officiële releases: het album zoals dat in 1970 uit is gekomen, de versie uit 2003; ‘Let it Be……naked’ en sinds kort een versie zoals die Glyn Johns voor ogen stond. Een versie (of eigenlijk twee versies) die in het bootleg-circuit al langer de ronde doen.

De Johns-opzet kan ik moeilijk serieus nemen. Veel klinkt prachtig, maar het toevoegen van een paar ‘jams’, een valse start, verkeerd gekozen versies van songs in een te laag tempo, songs die op een andere dag beter aan tape werden toevertrouwd en als absoluut dieptepunt de keuze voor de afgebroken take van ‘I’ve Got a Feeling’ maken dit toch vooral tot een waardevolle aanvulling op het totaal. Maar het is als album, als kunstwerk absoluut niet serieus te nemen.
En wat doet ‘Teddy Boy’ op deze poging tot een album? Dit was enkel een doorloop en zeker geen serieuze take. ‘Warts and all’ klinkt heel aardig, maar dit schiet het doel wel heel erg voorbij.

Het is geweldig dat de ideeën van Johns nu officieel beschikbaar zijn als extra in de deluxe boxset van ‘Let it Be’. Geweldig ook om het coverartwork als tegenover van ‘Please Please Me’ in al zijn schoonheid in je handen te kunnen houden. Maar ik begrijp dat dit het niet geworden is. Een ‘warts and all’ album in deze vorm zou tot de wrat in het totale scheppen van de heren geworden zijn.

Blijven de Spector-versie en ‘naked’.
De Spector-versie heeft een heel groot pluspunt: het is het album waarmee velen van ons zijn opgegroeid, waarmee we zijn vergroeid. Het is het album waar herinneringen aan hangen. Zie hiervoor ook mijn eerdere column ‘Waterzuivering’.
Spector’s werk aan deze muziek heeft veel moois opgeleverd. Het verlengen van ‘I Me Mine’ is geniaal. De songs zonder orkest klinken geweldig en de suggestie/weergave van een live gebeuren is ongelooflijk goed geslaagd.

Maar er zijn ook de songs mét orkest en daar kan ik niet aan wennen. Het is nogal veel, nogal over the top. Omdat twee van die songs een centraal plekje op beide lp-kanten gevonden hebben, kleeft er een soort onontkoombaarheid aan. Ze kleuren de kant waarop ze staan.
Daarnaast is ook de titelsong, die in de single-versie al niet was ‘as nature intended’, meer nog dan Martin gedaan heeft voor genoemde single, door Phil onder handen genomen, met als meest verschrikkelijke aspect de delay die aan Ringo’s hi-hat toegevoegd is.

Dan toch liever ‘naked’? Was het maar zo eenvoudig. Allereerst ervaar ik de totaalklank als wat harder. Het klinkt een beetje klinisch. Daarnaast maakt het wegvallen van de Spector-saus vooral in het geval van ‘The Long and Winding Road’ duidelijk dat er wel wat ruimte zit tussen de song op het overgeproduceerde album uit 1970 en ‘Road’ met z’n vijf musicerende mensen op ‘naked’, vooral als één van die mensen duidelijk laat merken dat hij er geen zin in heeft. De invulling van de baspartij laat te wensen over. ‘The Long and’ klinkt in mijn oren een heel klein beetje leeg. Is het de gewenning aan de Spector-versie of komt het door het arrangement met, naast Ringo en John twee toetsenisten en een gitaar? Als je het vergelijkt met de titelsong merk je bij ‘Road’ toch meer de kleine bezetting terwijl ‘Let it Be’ (ook klein) meer uitgebalanceerd klinkt. Ook bij ‘Let it Be’ dezelfde mensen, maar Preston neemt eigenlijk de plek in die op een ander album voor de strijkers geweest zou zijn, Harrison soleert en speelt rifjes en alleen Paul is verantwoordelijk voor de grote lijn op toetsen. De achtergrondzang én de opbouw beginnend met enkel piano en zang maken het voor mij tot een beter uit de verf komend geheel. Heel misschien gaat ‘The Long and…’ iets meer gebukt onder de ‘geen overdubs’ regel. George Martin zou er in ieder geval een smaakvolle kleine bezetting achter hebben kunnen schrijven. Een tussenoplossing zou misschien gaaf geweest zijn, maar hoe dan ook; ‘Road’ is natuurlijk een fenomenale song en zo komt McCartney’s stem die bij Spector bijna verdrinkt in de hoeveelheid geluid, geweldig tot zijn recht.

‘Don’t Let Me Down’ profiteert optimaal van de aanwezigheid van Preston. Het staat als een huis. De aanwezigheid van dit nummer op ‘naked’ zorgt daarnaast voor een betere verhouding tussen het aantal songs van John en van Paul.

Waar ik het bij Spector’s album onbegrijpelijk vind dat ‘Don’t Let Me Down’ geen plekje gekregen heeft, vind ik het bij ‘naked’ jammer dat het coda van ‘Get Back’ niet gebruikt is. Dat Spector het zonder moest doen vanwege het live idee, is logisch. Maar ‘naked’ wil niet de indruk wekken live te zijn. Waarom het coda dan niet meegenomen?

Ik heb het al vaker gezegd, maar de solo van ‘Let it be’ op de uitgave uit 1970 vind ik geweldig. Met afstand de mooiste. Gave gitaarklank en een opbouw die staat als een huis.
De ‘naked’ solo heeft minder richting en ik houd ook niet van de klank van de gitaar hier.
Ik zou echt gek geworden zijn van dag in dag uit de klank van een gitaar door een Leslie-box en soortgelijke effecten.
The Beatles hebben er schitterende dingen mee gedaan, maar het eindeloos gepriegel en gezoek naar invulling met dit geluid….

‘Across the Universe’ is misschien wel de song in de gehele canon van de groep die het meest onaf gebleven is.
Een geniale tekst gekoppeld aan een prachtige melodie. Maar die melodie heeft nooit zijn definitieve arrangement mogen vinden. Achtergrondkoortjes van toevallig aanwezige vrouwelijke fans? Het is het net niet. Een meer ‘Boeddhistische’ opzet met ‘OHM’ koortjes en een ‘Tamboura-drone’. Veel en veel beter, maar blijkbaar nog steeds niet wat Lennon voor ogen stond.

Spector veranderde zo ongeveer alles. Het tempo en daarmee de toonsoort, een massief orkest en wat al niet meer. Blijkbaar vond John het prima, maar ik kan me niet voorstellen dat een versie die zover af ligt van de richting waarin hij het zocht, hem blijvend honderd procent overtuigd heeft.
De versie op ‘Naked’ is dezelfde als de door Spector gebruikte, maar zonder zijn toevoegingen. Prachtig wat mij betreft.

Er zit een ontwikkeling in de manier waarop de rolverdeling tussen producer en bandleden verschuift. Op ‘Please Please Me’ is het nog mogelijk dat George Martin dingen toevoegt zonder dat de bandleden inspraak hebben, of zelfs maar aanwezig zijn. Een piano, een celesta. Het kon en hij deed het.
Niet veel later is dat ondenkbaar. Lennon en McCartney vertellen Martin wat ze willen en hij realiseert het vervolgens.
Spector’s ‘Let it Be’ doet wat dat betreft een flink aantal stappen terug. De bandleden bemoeien zich inhoudelijk niet meer met het project. Spector mag er iets van maken. Opnieuw bepaalt de producer zonder hun inspraak hoe het eindproduct gaat klinken.
Ik kan me voorstellen dat het de enige optie was in de chaos en onvriendelijkheden van die periode, maar onder normale omstandigheden zou dit een absolute ‘no go’ zijn.

‘Let it Be’ al dan niet ‘naked’. Het is een verwarrend gebeuren. Ik denk niet dat er ooit een definitieve versie zal verschijnen. Kijk alleen maar naar hoe McCartney erin staat waar het gaat om ‘The Long and Winding Road’. Enerzijds had hij geen goed woord over voor wat Spector met zijn song heeft gedaan, anderzijds speelt hij live enkel de versie met de door Phil toegevoegde partijen.

Het ‘Let it Be’ project zal in zekere zin altijd onaf blijven. Is dat jammer? Ach, het maakt leven met deze muziek tot een nooit saai wordende ervaring.
Eigenlijk maakt dit ‘onaf zijn’ het album extra boeiend. Het is een soort puzzel waarbij je nooit het laatste stukje aan zult kunnen leggen. Ontstaan na een zware bevalling en in menig opzicht en naar Beatles-maatstaven geen absoluut topalbum, maar juist het feit dat er geen perfecte keuzes voor dit album zijn en je er als luisteraar daardoor op eindeloos veel manieren mee bezig kunt zijn, maakt het tot een sieraad in de canon. Zoveel geweldige songs, zoveel takes, een flink aantal versies (zie ook de extra’s in de boxset); eindeloos puzzel-plezier verzekerd.