Dumbledore

Dumbledore

Hij was nog niet dood, of men vergat hem. Zijn verouderde muziek deed er niet meer toe.
Enkele decennia later zou een enkeling de schoonheid van zijn oeuvre herkennen en zich verdiepen in de muziek, maar voor de massa had hij net zo goed niet geleefd kunnen hebben.
Tot, lang na zijn dood, iemand de muziek herontdekte en deze een podium gaf voor een groot publiek.

J.S. Bach (want over hem gaat het) kreeg opnieuw aanzien nadat de vroegromantiek hem weer ontdekt had. Alleen, tsja het was wel een beetje de muziek van een andere generatie. Om mensen te boeien moest men het maar spelen in de klankkleuren waaraan de moderne 19e eeuwer gewend was. Zijn bladmuziek uitgegeven in die dagen, dé manier, naast concertbezoek, om muziek te leren kennen in een tijd dat er geen geluidsdragers waren, verandert van aanzien. Het grafisch beeld wordt romantisch met eindeloos veel meer romantische aanwijzingen. Veel en veel meer dan Bach noodzakelijk achtte, dan paste bij zijn muziek.
De muziek leefde voort, maar wel op een sterk aan de veranderende tijden aangepaste manier.

Tot er, nog weer veel later, mensen kwamen die zich afvroegen hoe de muziek geklonken zou kunnen hebben in de tijd van Bach. Door de wirwar van latere toevoegingen en romantiseringen zocht men zich een weg terug naar de bron. Romantische muziek is prachtig en heeft heel veel te bieden, maar de romantische idealen doen de muziek van Bach geen goed. Nee, men is het erover eens dat de muziek gestript moet worden van alle latere toevoegingen. De partituren worden ontdaan van alles wat er in de loop van eeuwen bij is gekomen. Kijkend naar het notenbeeld zie je vanaf dat moment wat Bach écht heeft geschreven. De moderne luisteraar is geïnteresseerd in Bach, niet in de ideeën over Bach van de romantici.

Muziekinstrumenten zijn aan slijtage onderhevig. Als een instrument gedurende, ik noem maar iets, honderd jaar bespeeld wordt, is er onderhoudswerk nodig dat ingrijpender is dan een schroefje hier en een poetsbeurt daar. De koning onder de instrumenten, het kerkorgel, is zo’n instrument dat generaties overleeft, maar uiteindelijk onvermijdelijk aan zijn laatste adem toe is wat een grote onderhoudsbeurt noodzakelijk maakt.
Op zo’n moment zijn de mensen die verantwoordelijk zijn voor het orgel andere mensen dan de mensen die het instrument gebouwd hebben. Andere mensen met een heel ander besef van schoonheid. Deze mensen restaureren het orgel dat naar adem hapt naar de op dat moment geldende inzichten, waardoor het onderhanden genomen instrument een ander instrument is geworden dan het oorspronkelijke instrument.

Fast forward naar de laatste decennia van de vorige eeuw. De opeenvolging van nieuwe generaties die zorg dragen voor het instrument is doorgegaan en inmiddels staan er mensen rond het orgel die het jammer vinden dat het oorspronkelijke instrument verdwenen is onder de vele latere toevoegingen en veranderingen. Zij realiseren zich dat de mensen die lang geleden het orgel bouwden niet gek, niet primitief waren. Een kostbare restauratie moet, na een tijd en geld verslindende zoektocht naar hoe het er oorspronkelijk uit heeft gezien, het orgel bevrijden van de latere toevoegingen.

Toen medio jaren ‘80 van de vorige eeuw de cd opkwam heb ik, na veel druk van o.a. de verkoper in de winkel waar ik mijn lp’s kocht mijn lp’s op zolder gezet en geïnvesteerd in cd’s en een cd-speler.
Nu had ik het voor elkaar. Mooier kon niet. Tot, niet eens zo heel veel later, duidelijk werd dat de digitale wereld van de cd niet in alle opzichten partij kon bieden aan de analoge, warme, gelaagde klankwereld van de platenspeler en lp’s. Exit cd-speler en terug naar hoe het 20 jaar daarvoor was.

Deze voorbeelden illustreren een typisch menselijk iets: elke volgende generatie denkt dat ze een beter inzicht of betere technische middelen tot hun beschikking hebben dan de generaties ervoor.
In sommige opzichten is dat ook zo. Neem b.v. de technische middelen die het mogelijk maken de albums van The Beatles opnieuw te mixen. Dat is een ongelooflijk staaltje menselijk kunnen. Op het moment dat zoiets kan komt de vraag: nu het kan, wat willen we ermee en hoever willen we gaan? Er zit een lijn in de mate van sleutelen aan de albums van The Beatles van 2009 (de stereo remasters) tot aan de onlangs verschenen rode- en blauwe dubbel lp (inmiddels zes schijven ipv vier).

In het ongelooflijk fraaie boek, onderdeel van de vinyl-boxset van de 2009 stereo albums, staat een hoofdstuk over de processen en keuzes die tot deze heruitgave hebben geleid.
In 2009 wordt bijna trots gemeld dat er zo weinig aanpassingen gedaan zijn. Een beetje dit, een beetje dat. Maar respect voor de oorspronkelijke albums was het uitgangspunt.
Daarna volgen de eerste remixen van de hand van Giles met een paar niet al te ingrijpende veranderingen.
Veranderingen geënt op de mono-albums. Veranderingen die de stereoversies meer overeen laten komen met de monoversies die zoals bekend weergeven wat The Beatles zelf voor ogen stond.
Een meer dan te verantwoorden keus.

Spoelen we weer een eindje door in de tijd en we komen uit bij ‘Revolver’ en de onlangs verschenen rode- en blauwe compilatie-albums. Vooral de laatste twee zijn gedurende delen zo extreem veranderd dat er sprake is van een nieuwe song-opbouw. Waarom b.v. het radio-deel van Walrus zo extreem veranderen? De keuzes van de vijf scheppende mensen uit 1967 worden vervangen door de voorkeuren van Giles en zijn team. Waarom? Is dat beter? Het is enkel anders waarbij je de lijn naar het oorspronkelijke creatieve team doorsnijdt. Om de vraag uit ‘meningen’ nog eens aan te halen: mag dat? Luisteraars worden geconfronteerd met een product voortgekomen uit het brein van Giles. Hebben we daar op de lange(re) termijn belang bij? Is dat interessanter dan de creatieve processen van de vader en de vier magiërs in de studio? Is het zó belangrijk dat we de connectie met de mensen die dit moois geschapen hebben ervoor op willen geven? En, waar gaat dit eindigen? Gaan we uiteindelijk de tracklisting van albums aanpassen? Dat lijkt misschien ondenkbaar, maar dat is volgens mij een kleine stap na de stappen die al gezet zijn sinds 2009.

Technisch kan er tegenwoordig ongelooflijk veel meer dan zestig jaar geleden. Maar genialiteit kent niet een vergelijkbare stijgende lijn. De mensen die nu aan de knoppen draaien moeten qua ideeënrijkdom, creativiteit en scheppend vermogen nog steeds hun meerdere erkennen in John, Paul, George en George Martin. Mooi of minder mooi is daarbij van ondergeschikt belang.

Twee voorbeelden;
De song ‘Magical Mystery Tour’ heeft in de remix een prominent aanwezig gitaarpatroontje meegekregen in het rechter kanaal. Ik vind het heerlijk klinken en het geeft de song bovendien veel meer een gevoel van een groepsgebeuren. Echt helemaal te gek! Maar The Fab Four en George Martin kenden deze optie ook. Ze hebben het immers zelf ingespeeld en opgenomen. Toch hebben ze een andere keuze gemaakt. Ik kan de nieuwe mix zeker waarderen en geniet er enorm van, maar ben me er ook van bewust dat vier grote geesten anders gekozen hebben. Wie ben ik dan om die oorspronkelijke keus te negeren?

‘She Said She Said’
Een opvallend dingetje in de nieuwe mix wordt gevormd door de scherpe toon die als een soort stoorzendertje (positief bedoeld) de mix bijna permanent kleurt. Het is wat meer geïsoleerd in de mix geplaatst waardoor het ook nog eens beter opvalt. Deze keuze heeft mij meer bewust gemaakt van het toontje in de oorspronkelijke mix, alwaar het een meer aan en (vooral) uit gebeuren is dat bovendien meer versmelt met de andere aspecten binnen het klankbeeld. Dank aan de nieuwe mix die mij erop geattendeerd heeft want daardoor luister ik met nog veel meer plezier naar de oude mix die alles tegen elkaar wegstrepend nog steeds mijn voorkeur heeft.

Zoals gezegd is er tegenwoordig technisch heel veel meer mogelijk dan in de jaren zestig. Maar komt een deel van onze bewondering voor The Beatles niet voort uit het feit dat zij zo creatief waren dat ze de beperkte mogelijkheden van de studio’s van die tijd nooit hebben willen accepteren? Ze lieten zich niet inperken door de onmogelijkheden van de tot hun beschikking staande middelen.

Vader Martin werkte met beperktere middelen dan zijn zoon. Pa en zijn vier muzikale kinderen lieten zich niet tegenhouden door de technische middelen van die tijd. Zijn zoon heeft een digitale muzikale wereld tot zijn beschikking die eindeloos veel grootser is dan de wereld van de oude heer. Maar ik denk dat de prestatie van pa met beperktere middelen hoger aangeslagen moet worden. Iemand met inzicht in de technische kant kan digitaal een wereld ontsluiten die in ieder geval mijn voorstellingsvermogen ver te boven gaat. Dan past slechts verwondering en verbazing.
Maar Martin senior moest alles (met hulp van Emmerick) zelf bedenken. Het vaak oneigenlijk gebruik van middelen schiep iets magisch. Geen verwondering , maar bewondering.

Een studiegenoot waarmee ik nog steeds veel over muziek en met name The Beatles praat, kwam met een fraaie vergelijking t.a.v. het hele remix gebeuren dat onder de handen van Giles steeds meer een herinterpretatie lijkt te worden dan een remix.
Hij noemde George Martin de Dumbledore van Harry Potter (The Beatles). Harry Potter, de onbetwiste hoofdpersoon en uiteindelijk de grootste magiër. Ik gebruik het woord magiër en niet tovenaar omdat The Beatles ook magiërs in de studio waren. Dumbledore (George Martin), een ongelooflijke grootheid, maar ook groot genoeg om te erkennen dat zijn rol altijd een dienende rol t.o.v. de echte hoofdrolspelers moest zijn.

In de Harry Potter serie komt maar één Dumbledore voor. Dat betekent onvermijdelijk dat elk ander personage (met uitzondering van Potter) in de reeks minder groots moet zijn. Zo is het volgens mij ook in het Beatles-verhaal. George was de man die kon putten uit een ongelooflijke hoeveelheid kennis en ervaring. Die ingrediënten gekoppeld aan een grenzeloze fantasie en verbeelding maakten het mogelijk dat hij zich niet liet tegenhouden door eventuele beperkingen van de hem ten dienste staande technische middelen. Giles, de zoon, beschikt over een technisch speelveld waar zijn vader zich waarschijnlijk niet eens een voorstelling van zou kunnen maken. Maar Giles kan denk ik niet tippen aan de veelzijdige grootsheid van pa. Neem enkel het orkest-arrangement achter eender welke Beatlessong die hij georkestreerd heeft en verbaas je over een vaardigheid die hij had die normaal gesproken niet tot het werkterrein van de producer behoort. Een vaardigheid die Giles niet bezit.

Zoals ik in ‘Heruitgave deel 1’ en ‘Meningen’ al heb gezegd geniet ik van de remixen en ben ik blij met elke kans het oud vertrouwde op een nieuwe manier te beluisteren. Voorwaarde is daarbij wel dat de oorspronkelijke mixen altijd blijven bestaan. Mochten deze generatie fans én de mensen die nu verantwoording dragen voor de muzikale erfenis van The Beatles de oorspronkelijke mixen ooit vergeten, de geschiedenis leert dat een toekomstige generatie uiteindelijk altijd weer de keuzes van een tussenpaus zal vergeten ten gunste van de originelen. Voor hen, die vanuit een ander, meer tijd omspannend perspectief kijken zal Giles uiteindelijk gewoon de zoon van de grote man zijn. Men zal willen weten wat de man zelf voor The Beatles gedaan heeft. Ik hoop dat het niet al te moeilijk gaat worden voor toekomstige fans om de originelen weer in beeld te krijgen.

De digitale wereld (en daarmee ook A.I.) heeft ontegenzeggelijk nieuwe vergezichten ontsloten, maar door verder te kijken mis je soms datgene dat vlak voor je staat. Een voorbeeld. Beluister (als je de kans hebt) ‘Because’ van ‘Abbbey Road’ eens op twee manieren. Eerst de remaster van 2009 en vervolgens een analoge persing op vinyl. De 2009 klinkt prachtig maar wel een beetje ééndimensionaal. Vergelijk dat met een analoge opname op vinyl en je hoort de ruimte. Je hoort echt dat John, Paul en George niet allemaal op een zelfde afstand van de microfoon staan. Ik neem aan dat deze ruimtelijkheid digitaal ook te realiseren is, maar tegenwoordig kiest men er vaak voor om dingen gelijkvormig te maken. Ik schrok van het dynamisch schema van de blauwe en rode heruitgave op cd. Daar ontbreekt echt elke dynamische tekening. Het egale volume dat mensen moet binden aan een streamingservice (brickwalling), het volume dat volgens onderzoek mensen vasthoudt. De eenvormigheid in klank als spiegel van een maatschappij waarin eigenheid tot een probleem kan worden (buitengesloten worden).

Om nog even terug te keren naar het voorbeeld van het begin; ook Mendelssohn (de componist die Bach herontdekte) verruilt uiteindelijk het tijdelijke voor het eeuwige. Na verloop van tijd willen liefhebbers van de muziek niet meer weten hoe Mendelssohn Bach interpreteerde, nee ze willen informatie uit de eerste hand (voor zover mogelijk). Hoe zou de muziek onder leiding van Bach zelf geklonken hebben?
Dat is ook niet onlogisch toch? Zoals ooit het origineel verouderd leek, wordt als er maar genoeg tijd verstrijkt, ook datgene wat ervoor in de plaatst komt iets van het verleden. En waarom zouden toekomstige generaties meer interesse hebben in een dan archaïsch geworden herinterpretatie van een bron uit het verleden, dan in die bron zelf? Kortom: de geschiedenis leert dat er op elke herinterpretatie door nieuwe generaties altijd weer een herwaardering van het origineel volgt.
Laten we (voor wie dat wil) genieten van alle nieuwe dingen in de steeds groter wordende Beatleswereld, maar laten we ook en vooral zuinig zijn op alles wat voort is gekomen uit de verbeeldingskracht van vier jonge mannen en hun producer, want hoe je het ook wendt of keert, The Beatles zijn een jaren zestig fenomeen. Een fenomeen met een lange adem maar toch, het gaat altijd om die vier jonge gasten en hun Dumbledore in dat pand in Londen.
Hun ‘Chamber of Secrets’. En, om George Harrison te citeren: ‘the good work that’s always gone down in number two.’

Meningen

Meningen

‘Nee! Volgende week vrijdag!’ Ik zag dat de man achter de toonbank moeite moest doen om zijn ergernis te verbergen. Hij had het mij al vaker moeten zeggen, maar ik bleef hopen op een wonder. Of eigenlijk kon ik gewoon niet wachten. Ik kon niet wachten tot het nieuwe album (‘London Town’) eindelijk in de winkel zou liggen. Meestal kwam het als een verrassing als er weer eens een nieuw Beatlessolo-album in de winkel lag, maar soms werd er zoveel reclame voor een release gemaakt dat zelfs ik het niet kon missen. Met een flink portie stress tot gevolg.

Een voordeel van ouder worden is dat je iets meer leert relativeren. Gelukkig maar, anders had ik de afgelopen jaren geen leven gehad met het grote aantal nieuwe releases van zowel groeps- als solo-materiaal. Nee, ik laat me niet meer gek maken. Dat dacht ik althans tot afgelopen vrijdag. Die dag leverde het wachten op de bezorger van post.nl weer eens ouderwets stress op. Ik koop mijn vinyl doorgaans in een winkel, maar omdat ik persé de versie op gekleurd vinyl wilde hebben moest ik mijn toevlucht nemen tot het internet.

Na alle boxsets die de afgelopen jaren zijn verschenen die ik enkel met gezonde nieuwsgierigheid tegemoet zag, voelde het bij deze 1962-1966/1967-1970 release alsof er iets nieuws zou verschijnen. In zekere zin is dat natuurlijk ook zo. Nieuwe technische middelen maken het mogelijk om het niet optimale stereobeeld van de jaren zestig te vervangen door een moderner klanklandschap. Vooral de rode set zou bijna onherkenbaar anders moeten klinken. ‘Revolver’ smaakte naar meer. Naar veel meer. Met lang vergeten stress tot gevolg.

‘U wilt hier rechtsaf. Mag dat?’ Oudere streekgenoten herkennen in deze woorden waarschijnlijk een citaat van Herman Finkers uit een schets met de naam ‘diavoorstelling’. Getoond wordt op dat moment een dia van een verkeerssituatie waarbij je enkel linksaf kunt slaan. Een verkeerde vraagstelling. Een onzinnige vraag. In het verlengde daarvan wil ik hier ook een onzinnige vraag stellen.
Mag je het werk van The Beatles en van George Martin eigenlijk wel onderhanden nemen op de manier waarop dat de laatste jaren gebeurt? Kun je het wel maken om het op die manier, op essentiële aspecten te veranderen? Voordat mensen die tot hier gelezen hebben zich zorgen gaan maken: ik vind dat dat kan. Maar ik maak me tegelijkertijd ook zorgen.

Ik kom hierop omdat A.I. het mogelijk heeft gemaakt om ‘Now And Then’ alsnog uit te brengen, waarna na het succes van die release al vrij snel artikelen in respectabele tijdschriften etc. verschenen die suggereerden dat er nog veel meer mogelijk zou zijn en dat dit nummer niet de laatste single zou hoeven zijn. Een beangstigende gedachte. Vier mensen en hun producer creëren muziek van een ongelooflijk niveau. Hun erfenis voor de wereld en voor toekomstige generaties. Die generaties hebben de plicht dat werk met respect en een gevoel van nederigheid en je plaats kennen te behandelen.

‘Jongens, die nachtwacht is wel een beetje een somber ding. We gaan de kleuren opleuken. Het kan wel wat hipper.’ Je kunt met zekerheid stellen dat dat nooit serieus overwogen zal worden. In zekere zin gebeurt dit met het Beatles-repertoire nu wel. Het enige verschil is dat het oude vertrouwde naast het nieuwe blijft bestaan. De oude albums zijn nog te koop. Voorlopig althans. Wij, de oudere fans kunnen terecht bij de albums die we lang geleden kochten. De jongere generaties kunnen hun collecties uitbreiden met de oorspronkelijke releases door tweedehands platenbakken te doorzoeken, of m.b.v. Discogs of door genoegen te nemen met de niet helemaal optimaal klinkende 2009 releases. Deze laatste uitgave is in veel gelijk aan de oorspronkelijke uitgaves, maar uiteindelijk is het toch een surrogaat voor de analoge warmte en het meer driedimensionale klankbeeld van de oorspronkelijke uitgaves. Ze klinken wat ‘platter’ en beduidend minder warm.
De fantastische mono-box biedt ook al geen soelaas. De oplage was zeer beperkt, is inmiddels uitverkocht en een heruitgave zit er niet in.

Als mono niet te krijgen is, de oorspronkelijke, analoge albums zeldzaamheidswaarde krijgen en je op termijn enkel kunt kiezen tussen de niet optimaal klinkende 2009 albums met de oorspronkelijke mixen en de veel eigentijdser en beter (beter niet qua mix maar qua warmte etc.) klinkende remix-uitgaves, is het dan niet denkbaar dat de oorspronkelijke versies ooit verdwijnen?

Er komt waarschijnlijk een moment waarop nieuwe fans deze schitterende muziek enkel nog kunnen leren kennen middels de klank van de heruitgaven. Er komt in ieder geval een moment waarop de muziek zoals deze geklonken heeft in de oren van de mensen die erbij waren toen de albums opgenomen werden museale waarde krijgt. Nieuwe fans zullen op termijn het dichts bij de originelen kunnen komen middels de 2009 versies met hun stevige bas en over het algemeen in meerdere opzichten hardere klanken. En mocht uitkomen wat Universal denkt, dat de moderne mixen jonge mensen meer aan zullen spreken, zal de verkoop van de 2009 uitgaves uiteindelijk teruglopen. Blijven ze dan op de markt?
Om met Herman Finkers te spreken: ‘Mag dat?’ Commerciële belangen en artistieke verantwoordelijkheid zijn niet bepaald een gouden combinatie.

Niets ten nadele van de nieuwe mixen, ik geniet er echt van, maar de gemaakte keuzes koppelend aan de steeds vaker gehoorde gedachte dat A.I. maakt dat ‘Now and Then’ NIET de laatste single hoeft te zijn…..Ik vind dat niet heel veilig voelen. Nog niet zo lang geleden was het werk van kunstenaars voor altijd veilig. Nu kan elke digitale kunstenmaker die er wat over te vertellen krijgt zijn handelsmerk, zijn kleuren verbinden met het scheppen van de werkelijke kunstenaars. Mochten dan ook nog de analoge albums zoals de eerste fans die gekend hebben uit beeld raken, wat niet ondenkbaar is, worden The Beatles van de toekomst een ander fenomeen dan de band waarmee ik ben opgegroeid. Als alles digitaal mogelijk is is er behoefte aan mensen met beslissingsbevoegdheid die gevoel hebben voor de artistieke waarde van originelen. Maar ja, geld en beslissingsbevoegdheid, het gaat niet altijd op een goede manier hand in hand.

En eigenlijk begon de ellende al met streaming en de mogelijkheid een playlist te maken. Artiesten die albums ooit maakten met een overkoepelende gedachte, bereiken nieuwe fans nu vaak in lossse songs. ‘Mag dat?’ Natuurlijk mag dat, maar is het jammer? Absoluut! De herinneringen aan kennismakingen met albums als geheel, verbaasd zijn over de ontwikkeling tussen ‘Pepper’ en ‘The White Album’ behoren tot de mooiste van mijn leven. Voor geen goud zou ik die willen missen. Tegenwoordig beluister je ‘She loves You’ gevolgd door ‘Revolution’. Waar blijft het verhaal dat de heren te vertellen hebben? En even voor de duidelijkheid: ik heb een abonnement op Qobuz en stream met regelmaat via een streamer, dus ik heb niets tegen het fenomeen.
Het is alleen wel goed om je te realiseren dat winst op het ene vlak vaak gepaard gaat met verlies op een ander vlak.

Het is mijn probleem niet, ik ben immers voorzien, maar zoals ik de nachtwacht niet in graffiti kleuren wil ondergaan, wil ik ook het Beatles-oeuvre niet enkel in de nieuwe mixen ervaren. En dat heeft helemaal niets te maken met de kwaliteit van deze mixen, maar alles met het bewaren van het gedachtegoed van vijf geniale mensen. Vier Beatles en hun producer.
Begrijp me niet verkeerd; ik heb elke heruitgave (remix), beluister deze graag en met regelmaat en koop ook alles wat volgt honderd procent zeker. Maar als ik moest kiezen zou ik toch voor het oude kiezen.

De albums (1962-1966 en 1967-1970) zijn nog maar een paar dagen uit en de uploads op YouTube en de artikelen in kranten etc. hierover zijn al niet meer te tellen. Iedereen heeft een mening. De één vindt het geweldig, een ander vindt het niets. De één vindt het geweldig maar bepaalde songs niet, een ander vindt juist deze songs er met kop en schouders bovenuit steken.
Meningen, meningen, meningen.

Aanvankelijk was ik van plan om over een aantal weken, als alles een beetje bezonken zou zijn, een inhoudelijke analyse te schrijven, mijn mening te geven. Nu ik alles (meerdere keren) beluisterd heb denk ik dat dat voor mij niet werkt omdat het complexe materie is en blijft.

Het mooiste aspect van al die heruitgaven is voor mij dat ik, als iemand die al decennia naar deze muziek luistert, de songs op een nieuwe manier kan ervaren. Die frisheid is geweldig. Daar komt nog bij dat ik heel blij wordt van een extra piano-nootje, een klap hier, een gitaarnootje daar, een enthousiaste roep van McCartney op de achtergrond, die ik nog nooit gehoord heb.
De muziek verveelt nooit, maar de alertheid m.b.t. het luisteren wordt groter als je vertrouwde songs in meerdere ‘versies’ kunt beluisteren. Het oud vertrouwde voelt daardoor ook weer frisser.

De vraag: wat vind ik er nu eigenlijk van? is moeilijk te beantwoorden. Het is een beetje een gevalletje ‘winst en verlies rekening’.
Een paar voorbeelden.

‘I am the Walrus’.
Al vanaf de eerste kennismaking stoort me het mono/fake stereo van het origineel vanaf het moment dat de radio-uitzending erbij komt. Veel beter in de remix. Maar aan de andere kant: wat doet die ‘drop’ in volume rond dezelfde plek? En waarom zijn de achtergrondkoortjes tegen het eind zoveel minder prominent aanwezig? Waarom zingt Paul’s bas minder? Die plopt vooral. Maar aan de plus kant staat dan weer dat de vele elementen die het klankbeeld bepalen erg mooi naar voren komen.

‘The Fool on the Hill’
Ik heb de eerst zinnen gezongen door Paul nog nooit zó mooi gehoord. De emotie tegen het eind van die zinnen heeft een kwetsbaarheid (het zachter worden en de lichte trilling) die me in de oorspronkelijke mix nooit zo extreem is opgevallen. Maar helaas klinkt de bas gedurende twee korte momenten gespeeld op een mondharmonica minder zwaar. Ik mis die bassige mondharmonica klank in de maten met mondharmonica. Dat was, toen ik de song leerde kennen een ongelooflijk ‘wow!’ moment. Heeft niets te maken met of de nieuwe mix beter of slechter is. Ik mis ‘mijn’ moment.

‘Strawberry Fields Forever’
De verbinding tussen de twee gebruikte takes is in de nieuwste mix veel naadlozer. Deze verbinding die George Martin altijd stoorde klinkt nu perfect en beide takes zijn verder ook niet meer zo extreem als verschillende delen te herkennen. Het is organischer. Maar waarom hebben ze het tellen voorafgaand aan de swarmandal-inzetten weggehaald? Dat hoort er gewoon bij.

‘Penny Lane’
Evenals de vorige song een iets oudere mix.
Het stereobeeld is prachtig. Een verbetering? Ik weet het niet, maar wel mooi. In de oorspronkelijke mix klinken de verschillende piano-partijen meer geklusterd waardoor in dat ene geluid het ene moment de ene piano-klank boven komt drijven, terwijl even later een andere klank meer aanwezig is. In de meer recente mix zijn de piano’s een beetje meer gescheiden. Iets meer links of centraal in het stereobeeld. Wel duidelijker omdat je als luisteraar zo beter hoort dat het meerdere piano’s zijn. Maar stiekem vind ik dit aspect in de oorspronkelijke mix heel, heel veel mooier. Detaillering staat niet altijd gelijk aan winst.

‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’
De stilte (1967 mix) van het begin in één kanaal heeft me altijd gestoord. Gek genoeg, na het een paar keer beluisteren van de 2017 mix mis ik deze stilte, waarna ik terug keer naar het oude vertrouwde. Maar na een paar keer stilte op één oor…..je raadt het al.

‘Come Together’
Ik wil het niet hebben over de voor- en nadelen van deze mix. Er is één ding dat me ongelooflijk stoort. In 1969 vindt een geïnspireerde Lennon het een goed idee om (zo goed als) te eindigen met een climax: ‘Come Together…..yeah…….Come Together Yeaeah……..Come Together……YEAEAEAH……Come Together…YEAEAEAEAEAEAEH!’. Nu klinkt er van alles mee. Een man die meer toegang tot het ongrijpbare van de inspiratie had dan wij allemaal bij elkaar, meer toegang ook dan Giles, heeft ooit een keuze gemaakt. Mocht hij al meer gedaan hebben dat eruit gefilterd is door Martin, heeft hij daarna gehoord dat het goed was en zijn ‘ok’ gegeven. Nu is die opbouw vestoord. Waarom? Waar is hier sprake van winst? Om Finkers nog maar eens aan te halen:
‘Mag dat?’ Ik vind dat dit coda in al zijn onbeduidendheid laat zien hoe belangrijk verantwoordelijkheidsgevoel is bij de mensen die de remix-werkzaamheden mogen uitvoeren.


Dus wat vind ik er van?
De jongere generaties moeten interesse houden in The Beatles. Een argument vóór de modernere mixen. Een goed argument. Maar mijn ervaring, vanuit mijn praktijk als muziekdocent is dat tieners die piano willen leren spelen de oudere popmuziek heel goed kennen. Veel van hen adoreren The Beatles. Vaak schaffen ze een platenspeler aan en weten de weg in de bakken met tweedehands vinyl in de winkels in de buurt te vinden.
Misschien moeten we als maatschappij ook eens kijken naar wat we jonge mensen aan willen bieden. Nogmaals; ik geniet van de nieuwe mixen, maar wel naast de oorspronkelijke. Uiteindelijk zijn de mixen van de bron onvervangbaar. Ondanks alle imperfecties. Ook de onvolkomenheden zijn onderdeel van de magie.

 

Ik ben blij met elke nieuwe luisterervaring. Het naast elkaar is geweldig. Elke mix heeft sterke en minder sterke kanten. De discografie van The Beatles bestaat uit een beperkt aantal albums, gecreëerd in pak ‘m beet acht jaar. Inmiddels doen wij, de eerste fans het er al meer dan vijftig jaar mee. De nieuwe luisterervaring is een geweldige aanvulling met alle plussen en minnen. Deze ervaring blaast ook het stof van de meer dan vertrouwde oorspronkelijke albums, die ik na het mogen beluisteren van elke nieuwe mix weer met heel, heel veel plezier beluister.
Ik hoop alleen dat alle albums ook tot in alle eeuwigheid in de oorspronkelijke mixen (liefst analoog) te koop blijven.