Energie

energie

Hij loopt na de les de studio uit. Ik volg op een paar passen om de volgende leerling op te halen. Bij zijn fiets gekomen draait hij zich, terwijl hij zijn broekzakken afzoekt naar het sleuteltje van de fiets, naar mij om.
‘Wat vind je eigenlijk van het nieuwe album van de Stones? Of nieuw…het is inmiddels natuurlijk al weer zo’n vier maand oud.’
 
Hij is onlangs achttien geworden en heeft sinds een jaar of drie pianoles van mij. We delen een passie voor The Beatles, die tijdens de lessen dan ook regelmatig ter sprake komen. Een oeuvre waaruit ik graag put als ik voorbeelden nodig heb om mijn uitleg te illustreren.
Sinds het heen en weer volgend op zijn vraag weet ik dat wij ook hetzelfde denken over The Rolling Stones.
 
Muziek emotioneert. Muziek genereert energie. Als ik na een dag werken ‘s avonds uitgeblust op de bank plof, werkt niets zo goed als luisteren naar muziek om weer fit te worden.
Het valt niet te ontkennen dat The Rolling Stones een energieke band is. Hoe tachtiger Jagger het voor elkaar krijgt om nog zo te keer te gaan op een podium is verbazingwekkend. Ook de albums van de band lopen over van energie.
Ik weet niet of ik mezelf fan mag noemen van deze band, maar elk album staat hier minstens één keer in de kast, dus ik vind het zeer zeker aansprekende muziek.
Naast albums uit de periode die door iedereen wordt gezien als hun beste periode, de jaren beginnend met ‘Beggars’ en eindigend met ‘Exile’, heb ik een zwak voor een behoorlijk aantal albums en één daarvan is ‘Black and Blue’. Mooie songs, fijn dat Preston zo aanwezig is op dit album en een hoes waar veel jeugdherinneringen aan kleven omdat een vriend van de middelbare school dit album had. Zonder het ooit bij hem te hebben beluisterd, zorgt het feit dat het album daar rondslingerde en ik het dus vaak zag liggen, ervoor dat deze hoesfoto nostalgisch maakt.
 
‘Black and Blue’ is een album dat de verschillen tussen Beatles en Stones goed illustreert. ‘Black and Blue’ is in veel opzichten een fascinerend album. Het is energiek, loopt over van de boeiende rifjes en motieven, het swingt en hier en daar raakt het aan zachtere kanten van het muzikale kleurenpalet. Maar zoals dat wel vaker gaat bij de muziek van The Rolling Stones, heb ik niet altijd zin in dit album. Lang niet altijd. Alles wat het nl. tot een boeiende songcollectie maakt wordt onderuitgehaald doordat elke track gewoon te lang is. Het feit dat deze band na ‘Exile’ ook nog eens in een soort huisstijl is gaan musiceren, maakt het nog iets minder boeiend. Er kleeft een ‘daar gaan we weer’ gevoel aan het latere Stones werk.
Dus op gezette tijden vindt ik het te gek, maar op andere momenten beleef ik niet genoeg luisterplezier aan de manier waarop de heren energie genereren.
 
‘Wat vind je eigenlijk van het nieuwe album van The Stones?’ 
Het hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Deze mannen weten hoe ze een perfect album af moeten leveren. Maar dit is natuurlijk wel weer een typisch Stones album. Energiek in het kwadraat, pakkende songs, assertieve teksten. Ook ‘the ancient art of weaving’, het vlechtwerk dat de gitaren van Ron en Keith nu al decennia creëren ontbreekt niet. 
De avond voorafgaand aan de dag dat mijn leerling vroeg wat ik ervan vond had ik ‘Hackney Diamonds’ toevallig weer eens uit de kast getrokken, om na het beluisteren van kant A over te gaan op een album van een andere artiest.
Ik geloofde het die avond wel. De opbouw van veel songs met de later inzettende bas die begint met een opmaat-loopje naar een volgende eerste tel. De ritmes in de gitaren. De kortademige, qua omvang erg beperkte zanglijnen van Mick. Weten dat er op kant twee weer eens de door hemzelf gezongen obligate Keith Richards song gaat volgen. Richards die nu al meer dan dertig jaar telkens weer dezelfde song schrijft voor dit onvermijdelijke moment op elk album……
Het komt er denk ik op neer dat los van de andere albums van de band beoordeeld, dit laatste album een meer dan prima album is. Maar in het gehele oeuvre is het vooral een betere versie van wat vooraf ging. Dat maakt dat ik er soms heel erg van kan genieten, maar vaak heb ik er geen zin in, of heb ik na één kant wel weer genoeg gehoord.
 
Hoe ik een album ervaar is mede afhankelijk van het totale scheppen van een artiest of band. Neem iemand als Neil Young. Zijn songs bewegen tussen extreme (edel)kitsch en ruige rock, tussen ballads en experimentele muziek. Dat maakt de ‘foute’ songs, de songs op of over de grens van kitsch in zijn canon meer acceptabel. Ik kan ze meer waarderen omdat hij ook die andere kant heeft, die ‘jullie kunnen me allemaal wat, ik doe lekker wat ik zelf wil’ kant.
 
Of Billy Joël. Hem wordt vaak verweten dat het allemaal net iets te makkelijk is. Een verwijt dat ook wel eens richting McCartney klinkt. Zoals Howard Sounes het benoemt in zijn McCartney-biografie ‘Fab’; die ontbrekende laatste vijftien procent gedane moeite.
Misschien zit er iets in, misschien niet. Maar als ik af en toe een album van Billy Joël beluister hoor ik veel verrassende aspecten in de arrangementen, zelfs binnen een song. Ik hoor een bepaalde song-structuur maar mocht ik al eens denken dat ik weet hoe het verder gaat, introduceert hij opeens een nieuwe bouwsteen. Een nieuwe harmonisatie en melodie, een ander element in het arrangement enzv.
Wat niet wil zeggen dat dit muziek is waar ik net zo vaak naar luister als naar de muziek van The Beatles. Nee, dat nu ook weer niet. Maar als ik aan een album van de man begin beluister ik het tot het eind zonder neiging de naald van de schijf te halen.
Een stijl als handelsmerk heeft zeker z’n charme, maar het kan ook tegen de artiest werken. Neem The Who. Op twee albums na staat alles van hen hier tussen de lp’s. Ze hebben dus zeker mijn positieve aandacht. Maar waar ik deze albums meestal kan waarderen, zijn er ook aspecten die door de herhaling op zo ongeveer elk album bij momenten voor irritatie zorgen.
Dat Roger Daltrey vaak zingt alsof hij de broer van hurricane Katrina is, is niet altijd mijn ding. ‘Behind Blue Eyes’ biedt dan niet genoeg compensatie.
Keith Moon laat geen kans onbenut om de kostprijs van zijn drumstel in no time terug te verdienen. Hij moet en zal elke keer weer alles raken. Vaak geweldig, maar ook met regelmaat voorspelbaar. De break op zich mag dan fenomenaal zijn, maar de onvermijdelijkheid ervan is niet je dat. 
 
De muziek van The Beatles is veelkleuriger. Zij zijn zo goed als nooit in herhalingen vervallen. The Fab Four genereren ook energie. Energie die voor sommige mensen misschien moeilijker te herkennen is. Een leerling van mij, een man van midden zestig, dacht dat de muziek van The Stones compositorisch veel complexer zou zijn dan de muziek van The Beatles. 
Het vuurwerk van The Stones won het in zijn beleving van de subtielere muziek van John, Paul en George. Dat mag natuurlijk. Over smaak valt niet te twisten. Maar denken dat de muziek van Jagger-Richards muzikaal technisch gezien interessanter zou zijn dan die van Lennon, McCartney en Harrison is een misvatting. Ik doel hierbij niet op wat muziek in iemand teweeg brengt. Dan kan Stones muziek complexere gevolgen hebben dan de muziek van The Beatles. Nee, ik heb het over het vakmatig aspect. Puur muzikaal technisch is de muziek van The Beatles van een andere orde. Maar ja, dat is deze muziek in vergelijking tot de muziek van zo ongeveer elke andere artiest of band. Er zijn niet voor niets meerdere lijvige boeken geschreven over de harmonische- en melodische bouwstenen van deze muziek.
 
Natuurlijk en gelukkig hebben The Beatles  veel songs gemaakt waar de energie vanaf spat. Maar daarnaast is er ook de energie die verborgen gaat onder rust, ogenschijnlijke eenvoud en gemak. Deze muziek is vaak zo logisch geconstrueerd dat de intelligentie achter de harmonische- en melodische bouwwerken de luisteraar makkelijk kan ontgaan.
 
‘You never give me your money’ b.v. verbergt onder een ogenschijnlijk eenvoudig begin een prachtige akkoorden reeks. Een reeks met elkaar voorbonden door de gedeelde afstand van een kwint. Hierdoor glijdt elk akkoord moeiteloos het volgende akkoord binnen. Dat Paul, om niet eindeloos door te gaan in deze beweging die hem te ver van huis zou brengen, na een aantal maten een prachtig Fmaj7 akkoord laat volgen door een b halfverminderd septiemakkoord, dat als hij de reeks consequent had voortgezet een Bes akkoord zou zijn geweest, zonder dat dit als een wrat op een verder glad oppervlak wordt ervaren, getuigt van meesterschap. 
De altijd wat moeilijke tritonussprong van de baslijn (f naar b) voelt niet minder warm dan de sprongen die eraan vooraf zijn gegaan. Dit b halfverminderd septiemakkoord opent de weg (als tweede trap) terug naar het vertrekpunt. Het a mineur van het begin. En laat ik maar niet beginnen over de modulatie die de tweede en de derde sectie met elkaar verbindt. Dit soort dingen vind je nergens in de muziek van de Stones. Maar dat is ook niet waar hun kracht ligt.
 
Misschien is dat wel wat de muziek van The Beatles meer iets voor bijna elke dag van mijn leven maakt en de muziek van The Stones iets dat geschikt is voor sommige momenten. De gelaagdheid in de muziek van The Beatles houdt het boeiend. Ik kan ernaar luisteren zonder me bezig te houden met de meer verborgen muzikale vormen en bouwstenen. Maar als ik wil kan ik ook muzikaal-theoretisch aan mijn trekken komen.
Eigenlijk zijn die twee aspecten van muziekbeleving natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik benoem ze gescheiden van elkaar ter illustratie.
The Stones zijn een energieke band. Hun handelsmerk is toch vooral die tomeloze energie.
Mijn vrouw kijkt nooit naar concertregistraties. Dat boeit haar niet.
De enkele keer dat ik naar een opname van een Stonesconcert kijk, kijkt ze graag mee omdat ze die shows geweldig vindt. Dat doen ze ook aanstekelijk goed en dat aspect van muziek maken doordrenkt tevens hun albums.
 
Maar ik heb niet elke dag zin in muziek die het van dat soort energie moet hebben. En op momenten dat ik dat niet zoek in muziek, blijft er  voor mij niet genoeg over en kom ik niet verder dan het eind van de eerste kant van het nieuwe album.
 
Bij The Beatles is het een ander verhaal. Zelfs als ik even geen zin heb in deze muziek (ja dat kan ook nog), is het ondenkbaar dat ik anders over hun muziek ga denken.
Ook gedurende de weken dat ik niet naar ze luister, dat ik helemaal op ga in de muziek van The Golden Earring, van Neil Young, of eender wie, weet ik nog dat ‘The White Album’ voor mij het mooiste popalbum is dat ooit gemaakt is. Het is een fotofinish maar dit album uit 1968 heeft in de snoepwinkel die Beatlesmuziek heet een minmaal streepje voor op ‘Abbey Road’, ‘Revolver’ en ‘Rubber Soul’.
Ik mag dan af en toe geen zin hebben in dit album, ik weet dat het in alle opzichten getuigt van muzikaal vakmanschap. Dat het overloopt van muzikale subtiliteit.
 
Dus wat vind ik van het nieuwe album van The Rolling Stones? 
Dat hangt af van de dag waarop je dat vraagt. 
Bij The Beatles zal het antwoord voor eender welk album op elk moment dat je me dat vraagt hetzelfde zijn: geweldig!
Zo en na al dat geschrijf over hen ga ik maar eens iets van The Stones beluisteren, of zal ik toch maar weer kiezen voor ……….