Mijn Paul, jouw Paul

Mijn Paul,
jouw Paul

‘George came up to me at a party once and said “My Paul is to me what your Paul is to you.”
He meant that psychologically they had the same effect on us. The Pauls inside us. Art Garfunkel vervolgt even later: ‘I think George felt suppressed by Paul and I think that’s what he saw with me and my Paul’.

Twee Pauls die beide een voormalig partner beschadigd achtergelaten hebben. Art Garfunkel dacht niet met liefde terug aan ‘zijn’ Paul nadat hun wegen uiteen waren gegaan en George Harrison? Ach, de relatie van George met McCartney wordt misschien het best samengevat in de woorden aan het adres van Paul tijdens die kille januarimaand in 1969: ‘I’ll play, you know, whatever you want me to play. Or I won’t play at all, if you don’t want me to play.’

Paul McCartney en Paul Simon, twee geweldige songwriters, scheppers van prachtige melodieën, grootmeesters in de kunst van het harmoniseren. Verhalenvertellers pur sang.
Twee keer Paul, twee keer een Paul inmiddels op leeftijd met een andere invulling van het begrip popster op leeftijd.
McCartney is in wezen nooit veranderd. Hij is zijn oude vertrouwde stijl trouw gebleven. Of eigenlijk moet ik zeggen dat hij zijn stijlen trouw gebleven is, want er was zo goed als altijd al de Paul van de ballads, de man van de muziek in jaren twintig stijl, de McCartney van de stevige rockers enzv. Deze Paul had vrijwel vanaf het eerste moment al een zeer uitgebreid kleurenpalet tot zijn beschikking. Kleuren die hij niet telkens op dezelfde manier mengde, maar toch; het was en bleef door de jaren heen duidelijk herkenbaar als van de hand van McCartney.
Ook als hij al eens meer voorbij de grenzen keek van zijn muzikale kaders en er b.v. vrolijk op los experimenteerde met synthesizers, was er die duidelijke McCartney basis. ‘McCartney II’ is een heel ander album dan b.v. ‘Ram’ of ‘Tug of War’, maar het is gedurende grote delen ook niet te missen van wie het is.
Deze Paul is inmiddels de grijze eminentie van de popmuziek geworden. Een status die hem meer dan toekomt.

Die andere Paul, de Paul van Art, heeft zich richting de oude dag anders ontwikkeld. Er is aanvankelijk die typische Paul Simon stijl, maar anders dan bij McCartney heeft Paul Simon zichzelf op een paar momenten opnieuw uitgevonden. Zo kiest hij, na ‘Graceland’ voor een meer minimalistische benadering. Een stijl die met wat fantasie een in minimal music gewortelde stijl genoemd zou kunnen worden. Vergelijk ‘Can’t run but’ van ‘The Rhythm of the Saints’ eens met ‘Still Crazy after all these Years’. Deze meer minimalistische benadering zal uiteindelijk z’n bekroning vinden op ‘Stranger to Stranger’, het geweldige album waarop oude rot Simon de jongere generatie rappers even laat horen hoe het ook kan, hoe het misschien wel beter kan. Een fascinerend album met geweldige teksten. Geweldige verhalen die meer dan eens zorgen voor een lach.

Ach ja, het verhalende aspect in de kunst van beide heren.
Als ik songs als ‘Michelle’ buiten beschouwing laat, song die niet zozeer verhalend zijn, als meer liefdesliedjes voor een fictief persoon, zou ‘Eleanor Rigby’ Pauls eerste verhalende song op een album genoemd kunnen worden. Het soort song dat uit zou monden in de songs die Lennon een paar jaar later ‘Paul’s granny music’ zou noemen.
‘Eleanor Rigby’ heeft iets van een verhaal uit de Russische Bibliotheek. Een Toergenjev achtig schitterend plaatje met fraaie, deels surrealistische beelden.
‘Lovely Rita’ op het volgende album zweeft een beetje tussen ‘Michelle’ en de door ‘Rigby’ in gang gezette stroom verhalende songs in. Het is min of meer een liefdeslied voor een verzonnen meisje, maar beschrijvingen als

‘Got the bill and Rita payed it,
took her home, I nearly made it,
sitting on a sofa with a sister or two’

katapulteren het de wereld van de verhalen in. Dat en het feit dat ze een parkeerwacht is.

‘The Fool on the Hill’, ontstaan vanuit een toevallige ontmoeting met een oude man tijdens een wandeling, is een verhalend lied geworden. De ontmoeting zorgt voor de inspiratie, het verhaal is van een ‘Eleanor Rigby’ achtige schoonheid. Zij het minder gelaagd door het ontbreken van een tweede protagonist. Deze beelden halen het niveau van ‘Rigby’ niet, maar toch, de rust en in zekere zin triestheid die het geschetste beeld doordringen zijn schitterend.
Bij dit lied heb ik me altijd afgevraagd of het klungelige blokfluitspel voortkomt uit het niet voldoende beheersen van het instrument, of juist een bewuste keus is passend bij de schildering van de oude man daar eenzaam op zijn berg. Ik denk dat McCartney’s beheersing van het instrument te wensen over liet, maar op de één of andere manier is het klungelige erg passend.

‘The White Album’ is met drie een verhaal vertellende songs van McCartney erg goed bedeeld. Met ‘Obladi Oblada’, ‘Rocky Raccoon’ en het vaudeville-achtige ‘Honey Pie’ zijn drie van de vier kanten voorzien van een verhaaltje en is er dus op elk iets te vinden dat Lennon zal hebben ervaren als ‘Paul’s granny music’.

Wat de albums betreft eindigt de lijst songs rond een verzonnen verhaal met de knal van een zilveren hamer. De song die alles in zich had om de ergernis van Lennon op te wekken. Het lied dat, doordat Paul maar door bleef gaan tijdens de opname ervan om het te perfectioneren, Harrison’s en zelfs Starr’s humeur verpestte. ‘Maxwell’s Silver Hammer’. Een zwart verhaaltje met een duister soort humor. Maar vooral ook een song die muzikaaltechnisch gezien veel beter in elkaar zit dan de tekst en de reacties op tekst en muziek doen vermoeden. De woorden verbergen een fraai arrangement met o.a. subtiele wisselingen in de gitaarklank die de verzen en het refrein verbindt en een mooie harmonisatie gebruikmakend van reeksen kwinten passend bij de archaïsche stijl. Dit is typisch McCartney. Het klinkt allemaal irritant makkelijk en lijkt daardoor oppervlakkig, maar onder deze laag toegankelijkheid verbergt ‘Maxwell’ muzikaal meesterschap.

‘Lady Madonna’ is met z’n in flitsen weergegeven scènes uit het dagelijks leven zeker een verhalende song te noemen. Die aan de dagen van de week gekoppelde weergave in losse scènes is geweldig. Het heeft iets filmisch en dan meer specifiek iets van de oudere films waarbij het na een scène telkens weer richting een min of meer centraal punt op het doek donker wordt waarna, voor de volgende scène, het licht uit het verdwijnpunt van even daarvoor weer naar de randen van het beeld kruipt.

Dit pretendeert geen volledige lijst van verhalende McCartney-songs te zijn. Ik wil met voorbeelden een aspect belichten binnen Paul’s werk dat misschien nog wel eens onderschat wordt. De man die over het algemeen niet gezien wordt als een geweldig tekstschrijver, heeft wel degelijk tekstuele hoogstandjes afgeleverd.

De teksten van Paul Simon hebben vaak iets absurds. Of er is juist sprake van het tegenovergestelde; in een tekst die van onzinnigheden aan elkaar hangt volgen zonder waarschuwing vooraf zinnen die een diepere betekenis hebben. Vaak ook snijdt Simon maatschappijkritische zaken aan in een paar zinnen waar je makkelijk overheen zou kunnen lezen. Zinnen die met weinig woorden een diepere waarheid bloot leggen.

Een voorbeeld van het eerste soort absurdistische teksten is te vinden op ‘Still Crazy after all these Years’ in de song ‘You’re Kind’. Een lofzang, een lied vol dankbaarheid, respect en liefde naar de partner, tot het eind alles onderuit haalt. De tekst zoals deze tot dat moment geklonken heeft blijkt niets anders dan een poging de door de verteller geplande scheiding te verpakken in lieve woorden.
De reden van de scheiding? Zij slaapt het liefst met het slaapkamerraam gesloten terwijl hij het liever open heeft. Dat gecombineerd met het schitterende arrangement met een hoofdrol voor gedempte koperblazers maakt het echt geniaal.

De song ‘Day Tripper’ is een klassieker uit de midden periode van The Beatles. Een kundig in elkaar gedraaide popsong met een aantal elementen die de aandacht vasthouden. Elementen als de dwingend aanwezige bas, het op een boogie-patroontje gebaseerde rifje, de herstart in het midden, de koortjes, die maken dat de song blijft hangen. Ik kan me voorstellen dat dit in een tijd dat popmuziek nog behoorlijk onschuldig was, bij een eerste keer beluisteren voor een schok gezorgd heeft. Als ook nog waar is dat op de plek van het woord dat klinkt als ‘big’ (voorafgaand aan teaser) in werkelijkheid een ander woord gezongen wordt, een woord met een sexuele lading passend bij een meer erotische interpretatie van ‘she took me half the way there’, is deze loveble moptop-song, zeker gemeten naar de maatstaven van die tijd erg ontdeugend. Een beetje plat ook, maar tegen het decor van die tijd maakt het dat alleen maar mooier.

Hierbij vergeleken is een song als ‘You’re kind’ van Simon tuttiger, zowel wat betreft de muziek, als de tekst. Maar die slotzinnen met hun plotselinge ommekeer in beleving, zijn geniaal. Zwevend tussen vilein en onbedaarlijk grappig. Misschien is er zelfs sprake van een diepere betekenis: onbeduidende dingen zorgen er soms voor dat we iets moois afdanken.

Het is maar een interpretatie, op niets gebaseerd, maar is dat nu juist niet wat een tekst bovengemiddeld goed maakt? Een goede tekst geeft je de ruimte om er telkens weer andere werelden in te ontdekken. Werelden die je vaak niet eens begrijpt, niet wilt begrijpen ook.
Een beetje zoals het overbekende verhaal van ‘Hey Jude’ waar Paul op het moment dat hij de song aan John laat horen zegt dat hij de regel ‘The movement you need is on your shoulder’ nog gaat aanpassen, waarop Lennon zegt dat hij dat niet moet doen omdat hij precies begrijpt wat Paul ermee bedoelt.

Een voorbeeld van woorden met een serieuze strekking in een maatschappijkritisch lied is te vinden in ‘Questions for the Angels’ van Simon. Een schrijnend verhaal waarbij de passage waarin Jay-Z genoemd wordt een aanklacht lijkt tegen onze keuzes die enkel een basis vinden in economische belangen.
De passage die er wat mij betreft uitspringt is de volgende:

‘If every human on the planet and all the buildings on it should disappear,
Would a zebra grazing in the African Savanna care enough to shed one zebra tear?’

Hierin verwoordt Paul Simon in een heel eenvoudige beeldspraak iets heel essentiëels: ondanks alle belangrijkheid die we onszelf toedichten, doen we er niet toe. En mochten we ooit als soort verdwijnen, wat met het oog op de milieu gerelateerde problemen die we veroorzaakt hebben, zeker niet ondenkbaar is, de planten en de dieren zullen niet alleen niet merken dat we er niet meer zijn, deze door ons in vergelijking tot ons als minder geziene levensvormen maken meer kans op overleven dan wij mochten stormen, perioden van droogte of juist van overvloedige regenval ons ooit parten gaan spelen op een manier die we niet meer aan kunnen.

Je bent ook een grootheid als je een negatief en door een bepaalde (muziek)cultuur veel gebruikt woord als ‘Motherfucker’ op een positieve manier in een parodiërende tekst kunt verwerken.
Dat doet Simon op ‘Stranger to Stranger’ in ‘Cool Papa Bell’:

Motherfucker, ugly word
Ubiquitous and often heard
As a substitute for someone’s Christian name
And I think, yeah
The word is ugly all the same.

Bob Dylan mag dan gelden als de grootste woordkunstenaar in de popmuziek met Neil Young en John Lennon op z’n hielen, ik denk dat Paul Simon in dit rijtje niet ontbreken mag. De vroege teksten van Dylan die allemaal vanuit een soort stream of consciousness idee ontstaan zijn, zijn veelal absurdistisch. De subtiele humor, maar misschien meer nog het verwoorden van diepere betekenislagen zoals Paul Simon dat doet lijkt me heel veel moeilijker te realiseren. Ik vind het in ieder geval fijn als het ergens over gaat en ik het kan volgen met net genoeg ruimte om er mijn eigen verbeelding op los te kunnen laten. De keren dat ik het niet begrijp, dat ik het niet kan volgen omdat het nergens over gaat, vind ik het belangrijk dat er tenminste een gave ritmiek in de aaneenschakeling van woorden zit zoals in ‘I am the Walrus’.
De bonte verzameling rare typetjes die de wereld van Dylan bewoont op b.v. ‘Highway 61 revisited’ boeit me minder. Zeker ook omdat de begeleidende muziek niet heel erg interessant is.

Ik denk dat Paul McCartney een iets groter kleurenpalet tot zijn beschikking heeft in vergelijking tot Paul Simon als het gaat om de kunst van het harmoniseren en het creëren van melodieën, maar ik moet toegeven dat ik partijdig ben. Paul Simon heeft, rond de tijd van ‘Still Crazy after all those Years’ les gehad in componeren. Naast de selfmade McCartney maakt hem dat misschien juist wel tot een veelzijdiger, veelkleuriger musicus. Ach, wat doet het er toe. Muziek beoefening kent geen wedstrijdelement en beide heren vonden in Leonard Bernstein een bewonderaar. Wat kun je daar nog aan toevoegen?

Voor mij staat echter als een paal boven water dat de humor in veel van de verhalen van Simon zijn vertelkunst onvergelijkelijk veel grappiger maakt dan die van de ex-Beatle. McCartney voegt weer een meer surrealistisch aspect aan sommige songs toe dat geweldig is. Paul Simon plaatst zinnen in het geheel die totaal onverwacht tussen een boel flauwekul zomaar iets heel diepzinnigs neerzetten.

McCartney’s ‘Maxwell’s Silver Hammer’ heeft naast de vele grote muzikale kwaliteiten een grappige tekst. Een tekst die als geheel een luguber maar tegelijkertijd humoristisch beeld schetst. Een beeld dat voor een glimlach zorgt. Op een dieper niveau staat de tekst volgens Paul voor het noodlot dat toeslaat juist op momenten dat alles goed lijkt te gaan, zoals The Beatles in 1969 moesten ervaren.

De ene Paul, ‘mijn’ Paul wordt over het algemeen niet in de eerste plaats als geweldig tekstschrijver gezien. Maar met regelmaat bewijst hij dat hij wel degelijk een geweldig verhalenverteller is. De andere Paul is zonder enige twijfel een poëet. Zijn prachtige melodieën mogen sublieme teksten gezelschap houden.
McCartney wordt nogal eens afgerekend op de diepe tekstuele dalen (de ‘dustbin lid’ zinnen op ‘Pipes’ b.v. zijn een eigen leven gaan leiden), maar al had hij enkel de tekst van ‘Rigby’ en ‘Madonna’ als prachtige verhalende teksten geschreven, het zou genoeg moeten zijn voor een meer positieve houding ten opzichte van zijn teksten.
Gelukkig zijn dit niet de enige noemenswaardige teksten van zijn hand.
Uiteindelijk vind ik het totaalplaatje bij McCartney toch nog net even boeiender dan de som van de delen van de Paul die ooit bij Art hoorde.
Laat ik Paul Simon het laatste woord maar geven: ‘One man’s ceiling is another man’s floor.’
Met andere woorden en een beetje vrij geïnterpreteerd: het hangt af van de manier waarop je er naar kijkt. Uiteindelijk zijn het gewoon twee giganten.

Atmos

Atmos

Voor mijn generatie is het beluisteren van muziek altijd een hobby met een fysieke component geweest. Wilde je een album beluisteren, dan moest je het kopen of lenen. Je had iets in je handen. Iets dat een wezenlijk onderdeel van de beleving was.
De komst van de cd beroofde de beleving van een deel van zijn glans. Er was nog steeds dat fysieke aspect, maar hoesontwerpen werken toch minder goed op de (aanvankelijk lelijke) kleine plastic doosjes.

En nu wordt er vooral gestreamd. Ik heb daaraan moeten wennen. Ik miste de albumhoes in mijn handen, de informatie op achterkant en binnenhoes, het feit dat een gekochte lp ook echt van mij was.
Inmiddels, nu ik een klein jaar beschik over componenten in mijn installatie waarmee ik muziek in een met de geluidskwaliteit van mijn platenspelers vergelijkbare kwaliteit kan streamen, zie ik de voordelen. En hoewel ik elke keer als ik na een tijdje streamen weer een lp beluister denk dat dat toch wel mooier klinkt, ben ik het als een zeker iets toevoegende luisteroptie gaan zien.

Het is of wordt uiteindelijk denk ik de nieuwe manier van luisteren. Het formaat voor de toekomst. Gelukkig is er een grote, nog altijd groeiende groep jongeren die een platenspeler aanschaft en begint met het opbouwen van een vinylcollectie, maar met de dreigende verdwijning van de cd worden muziekcollecties meer en meer vervangen door online-bibliotheken.

Streamingservices, begonnen in het armzalige mp3 formaat, zijn inmiddels een serieuze speler in de audio-wereld geworden. Spotify kan het zich veroorloven om niet haantje de voorste te zijn bij alle ontwikkelingen, maar de meeste services bieden inmiddels minimaal cd kwaliteit. Je moet er natuurlijk wel iets voor doen. Zo is, rechtstreeks beluisterd via een telefoon, een externe dac noodzakelijk om de bestanden beter te laten klinken.
De ingebouwde dac voldoet niet. Dat is ook logisch want een telefoon is toch vooral een alleskunner waarbij muziek beluisteren slechts één van de mogelijkheden is. De kwaliteit van de dac is daarop afgestemd.

Met AirPods beluisterd is het via Tidal en Apple Music inmiddels mogelijk om veel muziek in een vorm van surround audio te beluisteren. Het in een eerdere column genoemde upgrade virus kent in mijn leven een vertakking die niet zozeer te maken heeft met het stapsgewijs verbeteren van de audio-installatie componenten, als met nieuwsgierigheid naar nog buiten mijn bereik liggende luisteropties.

Ik ben zo extreem besmet met dit virus en dan met name de ultra besmettelijke Beatlesvariant, dat het voor mij een bron van onrust is om een deluxe boxset van b.v. The White Album te hebben liggen met daarin een schijfje met 5.1 mixen zonder dat ik dat kan beluisteren. Ik moet en ik zal die mix horen.
Dus kwam er een 5.1 systeem in onze studio. De ervaring was om meerdere redenen verslavend.
Allereerst is het een nieuwe mix waardoor het oud vertrouwde weer fris klinkt en ik nieuwe lagen in de muziek mocht ontdekken.
Daarnaast is die ruimtelijkheid echt gaaf. Zittend tussen speakers en omgeven worden door de muziek is top. Het is zeker geen vervanging voor de vertrouwde manier van beluisteren in stereo of mono, maar een zeer welkome aanvulling.
Daar komt nog bij dat ik erg veel belang hecht aan respect t.o.v. het werk van artiesten, kunstenaars etc. Het is, vind ik, belangrijk dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor een muzikale nalatenschap, daar goed mee omgaan. De erfenis moet veilig zijn.

Aan een remix kan altijd het gevaar kleven dat het een herinterpretatie wordt.
Bij surround-mixen bestaat dat gevaar niet. Er wordt nl. iets nieuws gecreëerd. Ik laat dan de quadrafonische mixen die een enkel album ooit gekregen heeft buiten beschouwing. Dat formaat heeft het nooit gered.
Om die reden kan ik ook genieten van ‘The Beatles Love’. Ik luister er niet vaak naar, maar als ik dit album beluister is er, naast de onrust die deze mix toch een beetje in zich draagt beluisterd zonder de begeleidende visuele aspecten, echt genoeg om enthousiast over te zijn. Ook dit is weer een verrijking die geen afbreuk doet aan wat er al is.

Helaas had ik mijn 5.1 systeem nog niet geïnstalleerd of er vond een verschuiving plaats naar Dolby Atmos. Atmos werkt anders dan 5.1 surround. Het maakt gebruik van reflectie via het plafond. De schoonheid van dit soort mixen kan niet voldoende weergeven worden middels vijf speakers en een subwoofer.
Toen niet veel later duidelijk werd dat de blu ray schijfjes in de jubileumedities van Beatles-albums tot het verleden behoren, werd het weer tijd voor mijn onrust om de kop weer op te steken.
Giles Martin gaf nl. als reactie op de protesten van fans over het ontbreken van de schijfjes met surround-mixen (‘Revolver’) aan dat hij: ‘would look into it.’
Dat klinkt toch als een dooddoener.

Bij Apple Music en Tidal zag ik onder het album artwork steeds vaker Dolby Atmos of een vergelijkbare aanduiding staan. Om deze mixen te kunnen beluisteren zou ik echter AirPods Pro moeten hebben.
Ik heb, voor mijn doen, best lang getwijfeld. Maar uiteindelijk zijn ze er toch gekomen. Vooral ook omdat Andrew van Parlogram Actions er lovend over was. En als hij het goedkeurt ben ik verkocht.
Ik heb die dingen gekocht ondanks een paar stevige vraagtekens.
Zo werken ze via Bluetooth en dat is zo ongeveer de minst wenselijke manier om muziek te streamen. Teveel geluid voor te weinig ruimte.

Maar uiteindelijk viel het erg mee. Het is geen partij voor Hifi hoofdtelefoons en hoe surround de ervaring is, is een vraag waarop, afhankelijk van het album, meerdere antwoorden mogelijk zijn. De ervaring is minder ruimtelijk dan via mijn dolby 5.1 systeem. Het komt qua ruimtelijkheid het dichtst bij het klankbeeld van een kwalitatief redelijke (open) hoofdtelefoon.
Of zoals Dweezil Zappa (idd zoon van) het zegt in een interview n.a.v. zijn Atmos mix gemaakt voor de meest recente jubileumuitgave van Deep Purple’s ‘Machine Head’: ‘Veel mensen luisteren nu via de hoofdtelefoon naar die mix, wat eigenlijk een stereo-plus versie is. Eigenlijk moet je het via meerdere luidsprekers doen….’

Om even bij de meeste recente heruitgave van ‘Machine Head’ te blijven. Dweezil veroorlooft zich (net als Giles Martin die in het interview nog genoemd wordt) een behoorlijk aantal vrijheden. Alle keuzes maakt hij als fan van dit album. Hij wil dingen meer in het zonnetje zetten. Uiteindelijk ontstond er zo een herinterpretatie van het album, waarbij de ontwijkende reacties van de bandleden doen vermoeden dat het niet helemaal hun keuze is geweest om het zo ver door te voeren. Dweezil zelf ziet het als een nieuwe versie van het album die bestaansrecht heeft naast de oorspronkelijke versie. De rechtvaardiging: ‘omdat het nu kan’ klinkt een enkele keer.
Het is blijkbaar ook een generatie dingetje. De mensen van het eerste uur lijken er minder mee te hebben, de jongere generatie ervaart de nieuwe wereld, ontsloten door de digitale opties die er nu zijn, als een meerwaarde. Meer keuzes, meer meningen, meer verantwoording voor wat toch cultureel erfgoed is.

Maar goed, terug naar the Fab Four en de Atmos mixen.
De ruimtelijkheid van albums als ‘Let it Be’ die ik al in hun 5.1 mix kende ervoer ik als erg prettig maar zelfs bij benadering niet zo goed als over de vijf speakers en een sub.
‘Abbey Road’ heeft daarbij nog het grote nadeel dat de Atmos mix, anders dan de stereo-mix, zowel bij Apple Music als Tidal niet zonder onderbrekingen over gaat van song naar song. Dat maakt kant twee onluisterbaar.

De aanschaf van de AirPods betaalde zich echter meer dan terug toen ik het album ‘McCartney’ in zijn Atmos incarnatie beluisterde. Wat werkt dat goed voor dit intieme album. Je wordt als luisteraar omgeven door klanken en voelt je daardoor een bezoeker aan Cavendish Avenue NW8.

‘Band on the Run’ bleek in surround ook een sublieme aanvulling op de reeds gekende luisterervaring. De saxofoon-solo van Bluebird klinkt warmer en meer aanwezig. Helaas verliezen de koortjes in deze song iets van hun schoonheid in vergelijking tot de vinylversie, waarschijnlijk omdat de ruimte die de sax inneemt ergens vandaan moet komen. Het eeuwige plussen en minnen verhaal van gemaakte keuzes. Maar het is te gek om te kunnen afwisselen tussen de verschillende manieren waarop je dit album kunt beluisteren.
Het slaggitaartje van ‘Jet’ mag ook niet onvermeld blijven en bij ‘Mrs Vanderbilt’ lijkt Paul’s ’No Use’ response op zijn eigen vraag naar zingeving wel van heel ver weg te komen. Erg leuk.

Lennon’s albums ‘Mind Games’ en ‘’Wals and Bridges’ klinken op vinyl en cd, gebukt gaand onder hun oorspronkelijke productie, nogal geklusterd. Het is allemaal erg massief. Nu komen er gelukkig steeds meer remixen van de hand van Sean. Over een paar maanden verschijnt ‘Mind Games’ in een nieuwe mix. Voor wie niet wachten kan is er al het voorproefje zoals dat te vinden is op ‘Gimme Some Truth’. Schitterende mixen die de muziek veel meer recht doen.
Ook de Atmos mixen zijn geweldig. Een song als ‘Whatever Gets You Thru The Night’ die ondanks de tomeloze energie van muziek en musicerenden altijd geremd werd door de logheid van de productie, swingt in de Atmos mix en de stereo mix van Sean de pan uit.

Ik heb een beetje een dubbel gevoel bij de 2023 remixes van de rode en blauwe collectie. Veel is mooi, maar er zijn ook twijfelachtige keuzes. Laat ik me na eerdere columns gewijd aan The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970 beperken tot één song: ‘I am the Walrus’.
Ik denk dat we het erover eens kunnen zijn dat de keuzes die Giles Martin gemaakt heeft met name in ‘Walrus’ op z’n zachtst gezegd niet onomstreden zijn.
De stereo-mix, los van de vraag of een relatieve buitenstaander dingen zo extreem mag veranderen, overtuigt veel mensen niet. Ik hoor bij die groep. Maar luisterend naar deze track in de Dolby Atmos mix via de AirPods wordt het een ander verhaal. De mix lijkt wel gemaakt met het oog op deze Atmos variant. Het klinkt logisch en boeiend. Het feit dat hier een heel nieuw klankspectrum gecreëerd is in een formaat dat in 1967 niet bestond, maakt de ‘mag dit?’ vraag overbodig.

Het grappige is dat ik een soortgelijk gevoel heb bij de bonustrack van ‘New’ genaamd ‘Struggle’. Nee, er is (voor zover ik weet) geen surround mix van deze song. Maar qua productie lijkt ze gemaakt voor beluisteren m.b.v. AirPods. Daarmee beluisterd klinkt de song veel intenser dan beluisterd via mijn Hifi installatie.
Voor het wat klassieker klinkende ‘Demon Dance’ geldt dan weer het tegenovergestelde. Deze track leeft veel meer via de installatie beluisterd en is wat vlak via de Pods.

Voor het overgrote deel van de muziek waar ik naar luister zal, het Atmos aspect buiten beschouwing latend, gelden dat de installatie het wint van de AirPods. Maar er is ook een klein aantal songs dat gemaakt lijkt met het oog op een nieuwe manieren van beluisteren.

Een mooie bonus van deze AirPods: ze zijn zeker geschikt om mono-opnames te beluisteren. Mono is als formaat totaal ongeschikt om te beluisteren via een gewone hoofdtelefoon. Maar deze ruimtelijk klinkende dopjes doen mono absoluut recht. Over speakers is mooier, maar het is een zeer goed alternatief als je je huisgenoot niet lastig wilt vallen met je hobby.
Ook een aanrader: verbinden met je tv en een concertregistratie van McCartney kijken. Klank en ruimtelijkheid zijn mooi. Weer niet zo gaaf als een setup met meerdere speakers, maar een erg goed alternatief.

Na een paar weken redelijk intensief gebruik ben ik nog steeds enthousiast over deze in ears, maar inmiddels heb ik wel een kleine kanttekening. Alle lof die de kleine dingen toegezwaaid wordt moet wel in het juiste perspectief gezien worden. Bluetooth is de grote spoiler. Een High Res streaming service als Tidal geeft tijdens het beluisteren aan dat de aangegeven audio-kwaliteit niet beschikbaar is via BlueTooth. De gele High of Max aanduiding vervaagt.
Qua klank valt dit ook op, zeker vanaf het moment dat het aanvankelijk enthousiasme voor de Atmos illusie plaats maakt voor gewenning. Het is allemaal, voorbij luisterend aan de gesuggereerde ruimtelijkheid, wat vlakker, kaler dan via een HiFi hoofdtelefoon.
Het irriteert absoluut niet, maar het is ook zeker geen onopvallend verschil.

Alles tegen elkaar wegstrepend hebben die AirPods maar één echt nadeel. Naast de vele opties die ik al had om naar muziek te luisteren, heb ik er nu nóg één bij. En ik kom al zoveel tijd tekort.