Letting Go

Letting go

Het is lang geleden en ik twijfel of mijn herinnering overeenkomt met de feiten. Maar ik meen me te herinneren dat de recensies van ‘Venus and Mars’ na verschijnen van het album over het algemeen ‘Letting Go’ als een wat zwakkere track op het album bestempelden.
Ik kan het me verkeerd herinneren; misschien was er minder breed gedragen kritiek op ‘Letting Go’ en beperkte het zich tot de enkele recensie die ik las, maar er waren in ieder geval recensenten die ‘Letting Go’ maar een minimalistische song vonden.

Muzikaaltheoretisch gezien klopt dat ook wel. Mochten er mensen zijn die geen behoefte hebben aan een harmonische analyse, wees gerust. Er gebeurt in dat opzicht te weinig om daar veel over te zeggen. De song is harmonisch gezien opgebouwd rond vier akkoorden. Eigenlijk maar twee akkoorden en hun verplaatsing naar een andere toonsoort. Het overgrote deel draait rond een a mineur- en een D akkoord in zijn majeur- en mineur-incarnatie. Laatst genoemde akkoord met een aantal variaties zoals een voorhouding of een andere ligging waarbij de kwint in de bas ligt.
Voor het derde vers (she sings it so) wordt de boel opgepakt en verplaatst naar cm; een kleine terts hoger en dat is het zo ongeveer wel.

Onder alle songs die McCartney geschreven heeft is er een klein aantal waar ik niets mee heb. Songs die vaak muzikaaltechnisch gezien ongelooflijk veel interessanter zijn dan ‘Letting Go’.
‘Mary had a little Lamb’ b.v. is zo’n song. Maar eerlijk gezegd, van mij had de man het niet hoeven schrijven. Mega irritant is daarbij ook nog eens dat, als ik er al eens naar luister, ik nadien uren met die ‘la la’s’ in mijn hoofd zit.
Nee, geef mij maar ‘Letting Go’.

Ik begreep de kritiek die er destijds was niet. Wat mankeerde er aan die song? Ondanks de harmonische eenvoud, die ik bij verschijnen nog niet kon duiden, was er genoeg om van te genieten. En nog steeds is dit één van die McCartney creaties die nooit verveelt. Soms heb ik geen zin in zijn muziek, maar deze song werkt echt altijd voor mij.

Als het niet de akkoorden zijn, wat dan wel?
Laat ik me beperken tot de albumversie. Want hoewel de single-versie die schitterende meer prominente rol voor het Hammondorgel kent, is de albumversie, vooral qua intensiteit superieur.

Allereerst is er na de (bas)drum inzet die geweldige riff waarbij de gitaar links een ritmische component toevoegt langs ‘muted’ snaren, waarna even later rechts een tweede gitaar aan een samenspraak begint met de eerste gitaar. Ook hier weer een extra ritme middels muted strings. Na negen seconden glijdt de bas letterlijk het intro binnen. Die schitterende klank van de Rickenbacker, zo bepalend voor de muziek van McCartney in de jaren zeventig. ‘Silly Love Songs’, ‘Letting Go’, ‘Let Me Roll It’ om er slecht een paar te noemen. Allemaal songs met die door de Rick wat zwaarder aangezette baspartijen.

Er is nog altijd niet echt iets gebeurd, maar die opbouw maakt het verslavend mooi.
Gedurende de hele song is er ook die nadruk op de tweede tel om de andere maat doordat het tweematig motief de eerste tel van de maat waarin het (her)begint telkens leeg laat.

Een in de diepte rommelende elektrische piano completeert het geheel met een zompigheid die verre familie lijkt te zijn van de zompigheid van ‘Come Together’.
En dan eindelijk, op een hoge noot, zet Paul in. Niet op de eerste tel, nee, net erna. ‘Aaah’, om daarna weer even stil te vallen. De laatste jaren camoufleert hij de moeite die de hoge noot hem kost door een kraakje in de stem dat hij toevoegt. Het bewonderende, gladde ‘Aah’ van de jonge Paul is vervangen door de verbazing in het krakende ‘Aah’ van een McCartney op leeftijd.

In het refrein meldt Denny Laine zich met achtergrondvocalen. Een mooi aspect in het geheel: het is onmiskenbaar Denny die de achtergrondzang kleurt met een wisselende mate van intensiteit, maar later mag Linda ook een meer opvallend steentje bijdragen. Het levert een rijk kleurenpalet op.
Na het eerste refrein laten de blazers kort weten dat ze er ook zijn.

Dat smaakt naar meer en we worden op onze wenken bediend. Wat een killer riff na het tweede refrein, door de blazers gespeeld. Het is zeker geen complex motief, maar het klinkt wel niet zo vet! Een motief dat uit niet meer dan een opstapje naar een omcirkeling van een grondtoon bestaat gevolgd door de aanzet tot een akkoordbreking en een syncopische akkoordwisseling. Nog naar adem happend na deze riff is er de volgende verrassing. De blazers blijken de weg vrij gemaakt te hebben voor een gitaarsolo. Nee niet beginnend op de eerste tel, maar na twee tellen uitgedunde begeleiding, op de derde tel met een lange noot. Wat een entree! Gedurende de tweede helft van deze geweldige solo melden de blazers zich weer om de weg te wijzen terug naar het refrein en de erop volgende al eerder genoemde stap omhoog voor vers 3 alwaar Linda de achtergrondzang verhoudingsgewijs even wat meer mag kleuren.
Tijdens het outtro meldt de solo-gitaar zich weer om het geheel al improviserend naar de uitloopgroef van kant A van de lp te begeleiden.

De laatste jaren maakt Paul, als hij ‘Letting Go’ heeft opgenomen in zijn setlist gebruik van een blazersensemble. Qua klank natuurlijk veel mooier dan de versies uit het verleden waarbij deze partijen op een keyboard gespeeld werden. Maar los daarvan; zo’n groep swingende musici die naast het fraaie spel niet te verlegen is om de passages dat ze niets te doen hebben op te vullen met danspasjes is natuurlijk heerlijk. Daarnaast hebben koperinstrumenten zowel in klank als uitzien iets sexy’s. Die bewegende groep mannen, meestal vanuit een fanperspectief links op het podium, met in hun handen die onder de lampen schitterende en door de danspassen bewegende instrumenten; het werkt geweldig. Voor een deel komt dat natuurlijk ook doordat de bezetting op het podium even een andere dynamiek krijgt.

Het de laatste jaren standaard geworden moment bij live uitvoeringen van de song waar zo goed als iedereen stil valt terwijl blazers en drums de boel gaande houden en het publiek wordt uitgenodigd om een ritmische bijdrage te leveren terwijl McCartney er vocaal op los improviseert, is, hoe kitsch ook, geweldig. Dat moment ook waarop Paul de hals van zijn bas even naar zich toedraait om te controleren of de hand op de goede plek op de hals staat, waarna een zwierig basloopje de inzet van de band inleidt.

Over blazers in deze song gesproken. Tijdens de ‘Wings over America’ (en de rest van de wereld) tour nam McCartney ook blazers mee.
Hoewel ik, bij alle liefde voor albums met een concertregistratie, toch bijna zonder uitzondering een voorkeur heb voor studio-albums boven live-albums, moet ik zeggen dat er volgens mij geen betere versie van ‘Letting Go’ is, dan de versie op ‘Wings over America’. Alles wat de studio-opname zo mooi maakt heeft de live versie ook, maar dan met nog net een paar procent meer intensiteit.

Toch nog even iets over de single. Hoewel ‘Letting Go’ alles leek te hebben om een hit te worden, deed het het als tweede single van het album ‘Venus and Mars’ erg slecht. In Amerika bleef het steken op 39 en in Engeland op 41. Luca Paresi noemt in zijn boek gewijd aan McCartney het idioom dat te ver af zou liggen van wat fans gewend waren als mogelijke oorzaak.
‘Listen to what the man said’ haalde als single uitgebracht voordat de lp verscheen de eerste plaats in Amerika en een verdienstelijke zesde plaats in Engeland. Misschien meer hitlijsten-materiaal, maar ook vóór verschijning van het album uitgebracht. De titelsong gekoppeld aan een ingekorte versie van ‘Rockshow’ haalde als derde single van het album de twaalfde plaats in Amerika.

‘Letting Go’, een in sommige opzichten kleine song, die qua uitwerking grootst uitpakt. Paul zei er destijds het volgende over: ‘I think that ‘Letting Go’ it’s (sic) one of the better songs on the album. I think it’s a nice track. It’s a nice tune and kids sing it all the time. I think it works. It’s my favourite track’.
En wie ben ik om hem tegen te spreken.

Hi-hi-hilfe

Hi-Hi-Hilfe

De kans bewegende beelden van de fab four te zien deed zich medio jaren zeventig van de vorige eeuw zo goed als nooit voor. In mijn eerste en lange tijd enige boek over de groep werden vijf films genoemd. Er bestond dus in ieder geval die bron van bewegend beeld. Maar zonder YouTube en streamingdiensten etc. en met de t.v. als enig medium was de inhoud van die films gedoemd ongezien te blijven. De groep bestond nog maar een jaar of vier, vijf niet meer. Je moest het doen met wat er was. Maar dat wat er op filmgebied was werd door de omroepen genegeerd, waardoor de fan-ervaring visueel gezien vooral een bewegingloze ervaring bleef. Een foto-ervaring.

Auditief was het een ander, een veel beter verhaal. Dat was zeker geen kansloos iets. Je kende de namen van albums die je nog niet aan je collectie had kunnen toevoegen. Je kende de titels van de songs op die albums, maar hoe die tracks zouden klinken? Geen idee. Je wist alleen heel zeker dat je ze vroeg of laat zou bezitten. Op het moment dat je een nieuw album voor het eerst op de platenspeler legde en de naald langzaam naar de inloopgroef zakte, wist je dat er weer een moment van Goddelijke openbaring aan was gebroken. Of nou ja, laat ik het maar anders formuleren: The Beatles en God in één stukje geschreven woord verenigd is niet altijd een gelukkig huwelijk geweest. Vraag dat maar aan John Lennon; ‘I said what I said and it was wrong or it was taken wrong and now it’s all this!’ Anders gezegd: het was geweldig om een album van The Beatles aan je collectie toe te kunnen voegen om zo voor het eerst te kunnen horen hoe die geheimzinnige titels die je tot dat moment enkel van naam kende, zouden klinken. Welk verhaal verborgen die woorden? Nu zou je het te weten komen.

Ik wist zoals gezegd van het bestaan van de vijf films. Films die ik, zo dacht ik, nooit te zien zou krijgen.
Tot….Een Wonder! Hè nu doe ik het al weer! Even opnieuw:
Tot er iets totaal onverwachts gebeurde en de film ‘Help’ op tv zou komen. Een zondagmiddag, een op voorhand als onvergetelijk te bestempelen zondagmiddag. Helaas op een Duitse zender, maar toch. We waren in het oosten van het land meer op de Duitse tv georiënteerd dan op de Nederlandse dus dat was het probleem niet, maar een Engelstalige film zou op een Duitse zender nagesynchroniseerd worden.

Duits sprekende Beatles, die gelukkig wel in het Engels zongen. Het was, eerlijk gezegd tenenkrommend. Maar het was ook beter, veel beter dan niets.

Hoe hij het gedaan had weet ik niet meer, maar mijn vader had een tv-aansluiting in de keuken gemaakt. Het signaal van de antenne dat middels een stekker in de woonkamer achter het apparaat in een hoek van de kamer de tv bereikte waardoor tv-beelden ons weer konden bereiken, zocht zich via een aftakking een weg naar de keuken.
Tv-momenten die niet aan mijn ouders besteed waren, uitzendingen die van mij als fan eisten dat ze bekeken werden terwijl de volumeknop ver opengedraaid werd, kon ik in de keuken bekijken.
Pa pakte de tv op en via de gang liep hij met de kijkkast de keuken in, alwaar het apparaat op de wasmachine geplaatst werd. Deuren dicht, pinda’s bij de hand tegen de stress en het feest kon beginnen.

Het was tegelijkertijd waardeloos en waardevol. Duits sprekende moptops. Lippen die slechts bij benadering stopten met bewegen op het moment dat de woordenreeks eindigde. Stemmen die op veel leken maar niet op de stemmen die die prachtige zanglijnen in het Engels voortbrachten.
Maar ja, zij waren het en ik had ze nog nooit zien bewegen. Zeker niet zo lang achtereen, zo’n anderhalf uur. Dus mooier dan dit werd het voorlopig niet.
Het zou nog ruim tien jaar duren voor ik dankzij een videoband (VHS) John, Paul, George en Ringo Engels zou horen spreken in de film die nu ook niet meer ‘Hi-Hi-Hilfe’ heette, maar gewoon ‘Help’.

Nog voordat ik de Engelstalige versie van ‘Help’ zou leren kennen, gebeurde er nog iets anders. Iets dat zo mogelijk nog wonderbaarlijker was dan nagesynchroniseerde Beatles op de Duitse tv.

Dit keer was het een Nederlandse zender, de TROS, op of rond een Sinterklaasavond medio jaren tachtig. De film: ‘Let it Be’. Het was echt een wonder, ja dit keer gebruik ik dat woord toch maar, want het was niets meer of minder dan een wonder dat deze film op tv kwam. Deze zwanenzang van The Beatles, dit document van een uiteenvallende popgroep. Deze korrelige korzeligheid. Ik kende enkel een handvol foto’s van een zeer matige kwaliteit. Foto’s in wat lange tijd het enige boek was dat ik over The Beatles had. Pas veel later kon ik, na de moord op Lennon, de heruitgave van de biografie van Hunter Davies als tweede boek aan wat uiteindelijk een collectie zou worden toevoegen.
Een herdruk van deze allereerste Beatles-biografie met een nieuw voorwoord waarin Paul leeg liep over de door hem als oneerlijk ervaren heiligverklaring van Lennon en de bijbehorende marginalisering van Pauls rol tijdens de Beatlesjaren. Ik meen me te herinneren dat het de weergave van een telefoongesprek tussen Paul en Hunter betrof. In ieder geval zal McCartney niet blij geweest zijn met de publicatie van deze tirade.

Maar in het kader van deze column van meer belang, juist het andere boek, het boek dat al langer in mijn bezit was, ‘Het volledige Platenverhaal’ van Carr en Tyler, gaf een inkijkje, weliswaar een erg minim inkijkje, in de geheimzinnige wereld van de film ‘Let it Be’, middels een aantal foto’s en wat flarden tekst. Triest ogende foto’s. Foto’s die zonder de context van de film niet te duiden waren.

En nu kwam deze film, deze documentaire die nooit te zien was, op tv.
Verbazing over vier Beatles die niet alleen Engels spraken, maar die ook samen aan het werk waren. Het is denk ik voor de generatie die met YouTube is opgegroeid zelfs bij benadering niet voor te stellen hoe het was om het beeld dat je op basis van albums, een beetje tekst in een boek en een handvol foto’s gevormd had totaal onderuit gehaald te zien worden door een film van nog geen anderhalf uur. Zo bewogen ze dus. Zo musiceerden ze samen. Zo maakten ze ruzie. Zo zag de interactie tussen deze vier jongemannen er in de eindfase uit! Het was betoverend, maar tegelijkertijd haalde het ook iets weg van de glans rond de magie van het beeld in je hoofd. Een onvolledig beeld, product van de fantasie, een beeld dat vooral was opgebouwd rond foute aannames en halve waarheden.

Één keer slechts was de film op tv te zien. Één keer! Wat volgde was het eindeloze en naar later zou blijken vergeefse wachten op een uitgave op videoband of nog later, DVD. Het zou er lang niet van komen. Het wachten zou uiteindelijk beloond worden met het verschijnen van de ‘Get Back’ documentaire, een heel veel mooier en beter document van die maand in 1969. Waarna in mei 2024 de heruitgave van de film ‘Let it Be’ een feit was. Een in mijn ogen beter gerestaureerd beeldverslag dan de ‘Get Back’ docu die er wel heel glad uitziet. Dat de korrelige beeldkwaliteit niet helemaal weggepoetst is, is geweldig. En na het zien van ‘Get Back’ is de inhoud van de film ‘Let it Be’ beter de duiden. De las tussen de sessies in Twickenham en die in de Apple-studios terwijl daaronder ‘For You Blue’ klinkt is geniaal. En nu wéét je wat er gebeurt. Destijds kon het gebouw aan Saville Row wel de buitenkant zijn van de plek waar de heren tot dat moment gefilmd waren. Wist jij veel.

Maar goed, lang, heel lang leek het erop dat het er niet van zou komen. Ik leek het te moeten doen met die ene keer bij de TROS.
Nog dagen, nee weken later besprak ik het geziene met een studiegenoot, tevens Beatlesfan. Wat hadden we gezien? Wat hadden we mogen ervaren? De magie van het onbekende werd vervangen door op voorhand kansloze pogingen het eenmalig geziene voor eeuwig te verankeren in het hoofd. Zolang er geen zekerheid was over een nieuwe uitzenddatum op tv moest je het doen met het in je hoofd opnieuw en opnieuw afspelen van de film.

Het is nu in sommige opzichten veel boeiender, veel interessanter om Beatlesfan te zijn dan het was toen ik een tiener was. Informatie ligt voor het oprapen. Elk ooit geschoten filmfragment is te vinden op YouTube. Het is geweldig.
Toch denk ik met weemoed aan de periode waarin er zo goed als geen informatie beschikbaar was over de groep.
De nabijheid in tijd tot deze amper zeven jaar gevuld met magie, was voelbaar. Er was de mogelijkheid van een reünie. Later zou blijken dat dat nooit echt een optie geweest is, maar vanaf ongeveer 1974, toen de kruitdampen van de meest heftige in de pers uitgevochten ruzies wat opgetrokken waren, leek een reünie niet langer uitgesloten. Of zoals Paul het destijds zei: ‘It’s a positive maybe.’ Hij wist ongetwijfeld beter, maar ik geloofde hem.

Daarnaast waren John, Paul, George en Ringo in die jaren niet weg te denken uit de hitlijsten. Vier individuen die de muzikale markt in meer of mindere mate overspoelden met nieuwe muziek. De magie met een hoofdletter had plaats gemaakt voor het magische met een kleine letter van vier individuen.
Tegenwoordig zijn The Beatles meer en meer een onderdeel van de geschiedenis, destijds was je als fan onderdeel van die geschiedenis in wording.

De hoeveelheid informatie maakt dat het nu, zoals gezegd, veel interessanter is om fan te zijn, maar ik mis dit onderdeel zijn van geschiedenis in wording.
En ik mis, bij alle waardering voor de boeken en tijdschriften die zelfs het meest onbeduidende feitje vastleggen, het grootse van onwetendheid. De magie van de verbeelding is verruild voor de rationaliteit van het weten.
Ik mis de betovering van die magische wereld, een wereld die het moest doen met het mozaïek van de zelf geconstrueerde mentale beelden.
Maar ik zou alles dat ervoor in de plaats gekomen is ook niet meer willen missen.