(Be)grip

Hij leek een beetje de jongere broer van kabouter Plop. Warrige grijze manen rond een kalende schedel gecombineerd met een wilde baard.
Hij gaf het vak muziekpedagogiek. Een ongelooflijk intelligente man. Een lieve, vriendelijke man ook, met wie je goed kon praten. Alleen dat vak van hem…..

Ik heb me vaak afgevraagd of ik er iets geleerd heb, of ik dingen anders ben gaan doen door zijn lessen. Ben ik een andere, betere leraar geworden dankzij dit vak?
Ik zou het werkelijk niet weten. Het was allemaal nogal vaag en ongrijpbaar.
Gek genoeg herinner ik me de eerste les nog wel. De reeks lessen begon namelijk met een concrete, interessante vraag.
Zijn eerste vraag aan ons, zijn leerlingen, was: ‘Wat is muzikaliteit? Definieer dit begrip.’

Als ik een ieder die tot hier gelezen heeft zou kunnen vragen of hij of zij vindt dat John, Paul, George en Ringo muzikaal zijn (waren), denk ik dat ik telkens ‘ja, zeker weten’ als antwoord zou krijgen.
Een vervolg op deze vraag zou kunnen zijn: ben je zelf muzikaal? De lezers die een instrument bespelen zullen met ‘ja’ antwoorden. Maar bespeel je geen instrument, hoe zit het dan? Ben je dan per definitie onmuzikaal?

Theo, de leraar die de muzikaliteits-vraag stelde, kwam uiteindelijk ook met een definitie: muzikaliteit is het vermogen geraakt te worden door klanken. Ah! Dat betekent dus dat elke Beatlesfan die geniet van de nalatenschap van deze band zeer zeker muzikaal is.

Het woord klanken is veelomvattend. Het gaat hierbij natuurlijk om klanken die in een samenspel met elkaar tot iets komen dat wij muziek noemen. Maar wat is dan muziek?
Laat ik er een autoriteit bij halen. Keith Richards zei ooit dat hij rap en hiphop geen muziek vindt.
Muziek heeft volgens hem drie pijlers: melodie, harmonie (akkoorden) en ritme.
Ik ben het voor een groot deel met hem eens. Ik denk alleen, in tegenstelling tot Keith, wel dat een stuk dat enkel uit ritme bestaat muziek kan zijn, mits er een grote mate van variatie en een even grote mate van logica in de ritmiek te vinden is. Een drumsolo zoals die van Ringo tegen het eind van ‘Abbey Road’ is absoluut een muzikale uiting. Een stuk voor slagwerkensemble is muziek, ondanks het mogelijk ontbreken van melodieën en harmonieën.
Of de éénvormige ritmiek van rap muziek is, m.a.w. of Richards helemaal ongelijk heeft of niet, mag een ieder voor zichzelf bepalen.

Muziek is in de eerste plaats natuurlijk iets dat je moet ondergaan. Het doet iets met je. Waarom? Vaak zul je het niet kunnen verklaren. Jeugdsentiment speelt zeker een rol. De muziek van je jonge jaren heeft, naarmate je ouder wordt vaak een streepje voor.

Maar muziek biedt ook, zoals eerder gezegd, meerdere bouwstenen die aanknopingspunten kunnen bieden. De door Richards genoemde pijlers, maar ook bouwstenen die met vorm en structuur te maken hebben. Het is niet noodzakelijk om weet te hebben van deze bouwstenen. Muzikaliteit, het vermogen geraakt te worden door klanken. Meer is het niet. Want wat is er nu mooier dan voor de zoveelste keer naar ‘Something’ luisteren en naast het ondergaan van de klanken, ook de herinnering aan een leven mét die klanken mee te voelen resoneren. Geraakt worden door de melodie én de solo. Het ‘wow’ gevoel dat, denk ik, iedereen ondergaat op het moment dat de song het gedeelte ‘you’re asking me will my love grow……’ binnen gaat. Onbewust ervaart iedereen de intensivering van dit moment.

Meer is het niet….Meer hoeft het niet te zijn. Hoewel de zin ‘meer is het niet’ het gebeuren tegelijkertijd heel erg tekort doet. Er gaat een verhaal schuil achter de manier waarop componisten, de manier waarop John, Paul en George, het voor elkaar krijgen ons te emotioneren. Het is het verhaal van het hoe en waarom van keuzes, maar het is ook het verhaal van het ‘Zijn’ van de persoon die creëert in de bredere context van zijn of haar leven, van de tijd waarin dit creëren plaats vindt.

De actie, nodig voor de intensivering in ‘Something’ naar het ‘you’re asking’ deel, de verandering van toonsoort, deze ommezwaai is zo minimaal, dat de grootsheid van het idee je makkelijk kan ontgaan. Maar jeetje, wat een vondst! Één motief op twee manieren gebruikt, waarbij George de tweede keer slechts één noot, wel de meest bepalende, verandert waardoor er een deur dicht gaat maar, belangrijker nog, ook een andere deur open gaat.

Onmisbare informatie? Nee zeker niet, maar het is wel erg leuk om te weten dat het korte motiefje dat de song introduceert, dat delen verbindt, gebruikt wordt om van toonsoort te veranderen. Het rustpunt C wordt verlaten en verschuift voor dit deel naar A. Dat daarbij juist de noot C, de noot die zoveel rust bracht, verruilt moet worden voor een Cis, ja dat de C nu zelfs helemaal buitenspel staat, maakt het geniaal. Een in potentie complexe overgang, maakt George moeiteloos m.b.v. het eenvoudige beginmotiefje.

Dus nogmaals, moet je dit soort dingen weten? Nee, natuurlijk niet. ‘Something’ is en blijft een meesterlijke song. Maar met eigen ogen (en oren) kunnen ‘zien’ dat niet alleen de song meesterlijk is, maar dat de man uit wiens geest dit voortkomt ook meer dan meester van de materie was, is wel gaaf. Begrip van wat er gebeurt zorgt voor grip op het gebeuren. Grip verdiept de luisterervaring. Natuurlijk blijft de emotie die bij luisteren hoort met stip op één staan, maar deze verdieping is een geweldige bonus.
Niet voor niets zijn er boeken vol geschreven over de muziek van en de muzikale bouwstenen binnen de muziek van The Beatles.

De manier waarop Paul, John en George te werk gaan, de keuzes die ze bij het componeren maken, zegt veel over hen. Door je te verdiepen in hun songs leer je ze een beetje beter kennen.
Zo is Paul, de perfectionist, de workaholic, de Beatle met het meeste inzicht in hoe muziek werkt. Zijn harmonische bouwwerken kloppen altijd helemaal. Ze zijn analytisch te verklaren en te volgen.
Hij ziet daarbij opties die getuigen van een totale beheersing van de materie. Hij beheerst zelfs de meest fantastische dingen. Een modulatie zoals je die enkel in de meer complexe jazz stukken vindt? Geen probleem. Een meer klassieke keuze die op fenomenale wijze (alla Bach) de tekst uitbeeldt? Hij beheerst het niet alleen, maar gaat daarbij ook nog veel verder dan voor de hand liggende keuzes als een dalende melodische lijn om het de trap af lopen in een tekst te verklanken. De modulatie tussen refrein en couplet en vice versa in ‘Penny Lane’ gebruikt om de tekst uit te beelden, getuigt van absoluut meesterschap. Zie de column ‘Penny Lane voor de details.

De wat moeilijker te vangen George heeft een voorkeur voor septiemakkoorden. Andere septiemakkoorden dan dominantseptiemakkoorden. De vaagheid van b.v. een grootseptiemakkoord lijkt wel gemaakt voor de persoon Harrison. Opvallend is verder dat zijn songstructuren regelmatig afwijken van de meer gestandaardiseerde vormen.
De man die zich niet wilde laten vangen of beperken door de waan van de dag, liet zich ook muzikaal niet vangen of inperken.

De onvoorspelbare Lennon was ook in zijn harmonische keuzes onvoorspelbaar. Hij liet zich vaak leiden door wat hij mooi vond. Dat een dissonant (een spannende samenklank) op zou moeten lossen in een consonant (een ontspannen klinkende samenklank), ach het zal wel. Dat kon nog wel een paar dissonanten later.

Harmonisatie (het geheel van akkoordverbindingen in een song) is maar één manier om naar muziek te kijken. Je kunt ook kijken naar het totaalplaatje. Wie doet op welk moment wat en hoe is de onderlinge verdeling gedurende verschillende delen van een song. Speelt en zingt iedereen altijd of zijn er verschillen tussen vers en refrein? En als die er zijn welke zijn dat dan?

Je kunt kijken naar melodieën, ja zelfs naar de ontwikkeling van deze melodieën gedurende het bestaan van The Beatles. Wat zijn de stijlkenmerken van de melodieën die in of voor
1963 geschreven zijn?
En welke ontwikkelingslijnen zijn er te vinden in deze muziek van 1962 tot 1970?

Het is mijn bedoeling om gedurende de komende jaren af en toe een column te schrijven met een meer analytische inhoud. Soms zal dat voor iedereen makkelijk te volgen zijn, zoals b.v. in het geval van een column over de melodische opbouw van veel vroege songs. De tekst helpt dan om de structuur duidelijk te maken.

Soms zal het echter ook, voor de fans die minder weet hebben van de muziektheoretische achtergronden, wat minder eenvoudig te volgen zijn. Maar deze materie is zo ongelooflijk boeiend, dat ik toch een poging ga wagen.

Theo, de broer van kabouter Plop, gaf ons de term. Natuurlijk gaf hij ons nog heel veel meer, maar de eerste stap richting grip door inzicht, zetten we, gezeten aan tot een rechthoek aan elkaar geschoven tafels, in zijn lokaal.
Daarnaast was er Henk, de leraar die ons enthousiast maakte voor de wondere wereld van het verhaal achter de klanken.
De opmerking waarmee hij zo ongeveer begon zal ik nooit vergeten: ‘Je moet muziek niet als een trein langs je heen laten denderen. Je moet je aan elk raampje vast willen houden!’

Het klinkt alsof dat vooral gevaarlijk is. Waarom zou je dat doen?
Omdat het zo ongelooflijk de moeite waard is! De wondere wereld van de klanken en het waarom achter de fascinatie voor die klanken.
Ik ga het wagen. Ik ga, over een lange tijd gespreid, proberen het enthousiasme dat Theo en Henk ooit in mij wakker riepen, over te brengen in een aantal columns.
Want muzikaliteit mag dan wel gedefinieerd worden als ‘het vermogen geraakt te worden door klanken’, het waarom achter dat geraakt worden is extreem boeiend én het geeft een uniek inkijkje in de gedachtenwereld van drie van onze vier helden: John, Paul en George.