De kunst van
het scheiden

Dit jaar verschijnen er als het goed is zowel een opgepoetste versie van de film ‘Let it Be’ als een nieuwe documentaire van Peter Jackson over de sessies in de januarimaand van 1969. Eerlijk gezegd houd ik mijn hart vast als het om de Jackson docu gaat. Sinds de heruitgave van ‘The White Album’ wordt er alles aan gedaan om de laatste periode van The Beatles neer te zetten als een ‘oude jongens krentenbrood’ periode waarin bijna alles koek en ei was. Natuurlijk was het niet allemaal kommer en kwel, maar om nu de indruk te wekken dat het nog was als in ‘the good old days’ gaat wel wat ver.

In werkelijkheid verschenen de eerste scheuren binnen de Beatles-familie in 1967 toen Paul de andere drie het in veel opzichten mislukte ‘Magical Mystery Tour’ project in praatte, terwijl er andere plannen lagen na Pepper. Plannen die met name voor George belangrijk waren. Maar als McCartney iets in zijn hoofd had…..

Ook het feit dat Paul’s ‘Hello Goodbye’ John’s veel betere ‘I am The Walrus’ naar de b-kant van de nieuwe single dwong zette kwaad bloed bij Lennon. De andere drie vonden ‘Walrus’ niet commercieel genoeg. Deze keuze tegen John’s song als A-kant heeft Lennon nog lang dwars gezeten getuige het grote interview met Jan Wenner voor Rolling Stone begin jaren ’70.

Nadat Ringo al een keer was weggelopen van de White Album sessies, ging het echt mis toen George op 10 januari 1969 opstapte na een stevige aanvaring met John. Dat ze daarna toch nog overleefd hebben is niets minder dan een wonder. Met name op 13 januari gierde het verbaal de klauwen uit (zie o.a. Sulpy en Schweighhardt). 

In september 1969 hervond Lennon zijn vrijheid door met een geïmproviseerde eerste versie van de Plastic Ono Band op te treden in Canada. Een erg matig optreden, maar het zorgde er wel voor dat hij begon te dromen over een zonnig leven buiten The Beatles. Intern maakte hij niet lang daarna bekend dat hij uit de groep stapte.

Het duurde nog tot 10 april 1970 voordat dit nieuws openbaar werd. Op die dag bracht Paul naar buiten dat hij uit The Beatles stapte. Voor Lennon een nieuwe bron van ergernis: hij was de groep begonnen en híj had deze willen opheffen. Ik kan me overigens niet voorstellen dat John zat te wachten op alle agressie die Paul over zich heen kreeg als de kwade genius die het sprookje kapot zou hebben gemaakt. Paul ziet geen andere mogelijkheid dan een rechtszaak beginnen tegen de andere drie om uit het contractuele moeras te ontsnappen (31-12-1970), waarna de band pas op 9-01-1975 officieel ophield te bestaan.

Het lijkt in 1969 een typisch gevalletje; niet met elkaar, maar ook niet zonder elkaar kunnen leven. Misschien speelde koudwatervrees t.a.v. het op eigen benen staan een rol. In ieder geval is dit een jaar dat zich bewoog tussen kortstondig hervonden oude vriendschappen enerzijds en stevige confrontaties anderzijds. Voor degene die dat het minst verdiende (Ringo) liep het zelfs uit op fysiek geweld.

 En toch waren ze in staat om nog één keer de toppen van hun artistieke kunnen te bereiken. ‘Abbey Road’ is, ook binnen een oeuvre waarbij de concurrentie toch al  het nakijken had, een absoluut hoogtepunt.

Mijn vroegste associatie met dit album is er één van hoofdhaar. Waar in al dat haar op het zebrapad vind je de ‘lovable moptops’? Het is ook het album waarvoor ik, toen ik het eindelijk durfde te kopen als dertien- of veertienjarige, bij de eerste keer beluisteren bijna na elk nummer opstond om de naald terug te zetten. ‘Come Together’, wow!! nog een keer, ‘Something’, jeetje een George-song waar je niet aan hoeft te wennen. Integendeel en dus nog maar een keer en dan ‘Come Together’ ook meteen nog een keer. ‘Oh! Darling’….., het hield niet op. 

Ik liep een paar jaar geleden tijdens een kermis (met overvolle terrassen) van de ruimte waar ik les geef naar huis en hoorde uit een cafe muziek komen. Mijn eerste reactie in de twee seconden voorafgaand aan de herkenning was: dat is wel helemaal te gek! Toen realiseerde ik me dat het ‘Come Together’ was. Ik vond dat wel bijzonder; decennia lang luisteren naar een album en dan onbewust toch die ‘wow-factor’ weer ervaren bij overbekend materiaal.

Op het moment dat ik ze leerde kennen lag informatie over The Beatles niet voor het oprapen. Het mooie daarvan was dat je kon dromen over een hechte vriendschap tot de laatste dag. Het was ongetwijfeld altijd gezellig geweest tot het tijdens ‘Let it Be’ explodeerde, liefst op de allerlaatste dag natuurlijk! Ik wist nl. zelfs niet dat ‘Let It be’ niet het laatst opgenomen album was. Door deze gedachten kon ik mijzelf wijsmaken dat mijn lievelingsalbum (‘The White Album’) ook ontstaan was tijdens uitermate vrolijke en vriendschappelijk verlopen sessies. Ik leefde dus eigenlijk het Beatlesverhaal dat Apple nu mbv Peter Jackson, Giles Martin en nog een paar insiders probeert te creëren. Toen was het welkom, nu is het wat mij betreft onwenselijk.

Muziekexpres maakte een eind aan mijn gedroomde roze Beatleswolk door een tweedelig artikel over The Fab Four, waarin ik ook kennismaakte met Yoko en Allen Klein.

Maar goed: dat haar. Tijdens de jaren dat ze optraden zagen ze er alle vier (min of meer) hetzelfde uit. Inmiddels (1969) was het uiterlijk een weergave van hen als individu. Ook muzikaal ervaar ik dit album als het album waarop de toekomst buiten de band al doorschemert. Voor een deel wordt dat natuurlijk veroorzaakt doordat de REDD.51 (een buizen-mengtafel) in de studio inmiddels vervangen was door een transistortafel; de TG12345 MK I. Dat alleen al zorgt voor een andere, modernere klank dan die van alle hiervoor opgenomen albums van The Beatles. Maar ook Johns stem lijkt zich hier al heel erg gesetteld te hebben in de wat nasale scherpte van zijn solo-albums.  George heeft op Abbey Road zijn stijl van gitaarspelen (bijna) helemaal doorontwikkeld tot wat het in essentie zou blijven tijdens de rest van zijn leven. 

En Paul? Paul heeft ‘the long one’ van kant twee na The Beatles vaak als excuus gebruikt om fragmenten van songs samen te voegen tot voor hem albumwaardige bijdragen. Het werkte op Abbey Road, dus waarom zou het niet op ‘Red Rose Speedway’ werken? Het had wat mij betreft graag een experiment horend bij ‘Road’ mogen blijven. Op ‘Speedway’ werkt het niet.  Dat zijn niet al te sterke songs die ook nog eens te geforceerd aan elkaar geplakt zijn waarbij eenheid gesuggereerd wordt door terugkerende motiefjes. Op Back To The Egg, waar hij  een paar keer twee songs koppelt, straalt de gemakzucht er zo erg af dat ik toch vooral met een gevoel van spijt richting wat het had kunnen zijn achterblijf. McCartney gebruikt op die manier zijn albums soms als een soort afvalbak. En dat zeg ik als mega McCartney-fan. Paul is tijdens en na The Beatles denk ik min of meer dezelfde persoon. Misschien omdat hij na de dood van Brian al binnen The Beatles de ruimte kreeg (of nam) om te doen wat hij wilde. Waar de anderen  echter tot 1970 tegenwicht gaven aan zijn gemakzuchtige kant, valt dat vangnet na The Beatles weg, met  als gevolg de nodige missers. 

En Ringo? Hij moest voor Abbey Road echt opgejut worden door de andere drie om een drumsolo op te nemen. Dat is onbedoeld de perfecte karakterisering van Ringo binnen en buiten de band. Zou hij wereldberoemd hebben kunnen worden zonder The Beatles? Zijn meest succesvolle solo-activiteiten werden gedragen door de andere drie Beatles of (de laatste decennia) door zijn All Starr Band. Misschien is het maar goed ook dat hij zo’n bescheiden persoon was binnen de groep: drie ego’s in een band bleek al teveel van het goede.

De manier waarop er een eind kwam aan The Beatles als groep verdient allesbehalve  de schoonheidsprijs maar muzikaal gezien: hoe hadden ze beter afscheid kunnen nemen dan met ‘Abbey Road?’ Wat een fantastische zwanenzang. 

Abbey Road, het album met de hoesfoto waarop de neuzen dezelfde kant op staan, maar wel wég van de studio waar ze samen zoveel tijd hadden doorgebracht.

Share on facebook
Share on email