Heruitgave 1

Na het eindeloos uitbrengen van heruitgaven die je om welke reden dan ook volgens de hype niet mag missen, komt er een moment waarop zelfs de grootste fan de belangstelling verliest. Een geremasterde versie van een remaster van een remaster? Mag ik deze overslaan? Dan helpt zelfs een reeks cijfers op de achterkant gedrukt waarmee men de exclusiviteit van een ‘limited edition’ voorspiegelt niet meer. En afgelopen week heeft McCartney zichzelf een verjaardagscadeau gegeven; een boxset uitgave van de drie ‘McCartney’-albums. Geen extra’s, alleen een zoveelste kleurtje, dus in feite betaal je €120,00 voor een slipcase. Dit is wat mij betreft het dieptepunt in het heruitgave-gebeuren.

Remaster na remaster, het zal wel, maar de grootheden van de jaren 60 waren niet gek. George Martin, Geoff Emerick, Harry Moss, om er maar een paar te noemen; namen die nog steeds voor kwaliteit staan.

Is er dus, naast de behoefte telkens weer geld te verdienen aan al ontelbaar vaak heruitgegeven albums, een zinnige reden te bedenken voor de stroom heruitgaven van dezelfde muziek?
Nu de periode van de kroonjaren is aangebroken voor het erfgoed van de eerste decennia van de popmuziek, is het tijd voor jubileumuitgaven met een vracht aan extra’s. Outtakes, live-opnamen, boekwerken en wat al niet meer verzameld in lijvige boxsets. Zelfs de tot voor enkele jaren hermetisch gesloten deuren van het Beatles-archief staan op een kier.

Inmiddels staat de heruitgaventeller voor The Beatles op vier. Vier prachtige boxsets met veel tot voor kort onbekend materiaal. Maar elke box bevat ook materiaal dat via het bootleg-circuit al bekend was. Men heeft duidelijk van de gelegenheid gebruik willen maken om de bootleggers de financiële wind uit de zeilen te nemen. Een begrijpelijke keuze. Een keuze ook die George Harrison plezier zou hebben gedaan. Het was hem een doorn in het oog dat buitenstaanders geld aan The Beatles verdienden.

Boeken, outtakes en een nieuwe veel besproken mix voor elk album van de hand van Giles Martin. Mixen die naast positieve reacties ook negatieve reacties uitlokken.
Het blijft moeilijk een nieuwe mix te beoordelen als de oude na decennia beluisteren zo in je systeem verankerd zit. Zo zijn er bijvoorbeeld veel Amerikanen die de US-versies van Beatles-albums veel mooier vinden dan de UK-originelen. En dat ondanks fake-stereo en folddown-mono. Om maar te zwijgen over de dot galm waarin alles verdrinkt of het gesjoemel met track-volgordes. Ik denk dat het objectief gezien niet voor de hand ligt om de US albums hoger aan te slaan dan de UK albums, nog los van het feit dat laatst genoemde een weergave zijn van wat The Fab Four zelf voor ogen hadden. Maar ja; objectiviteit is het eerste slachtoffer zodra jeugdsentiment in het spel komt.

Wat de nieuwe mixen betreft; ik ben blij met elke kans om het oude vertrouwde (op)nieuw te beleven. Als ik ergens in een mix iets nieuws ontdek, loont het wat mij betreft. Het is geen of/of, maar een en/en. Andrew Dixon heeft een item geplaatst op zijn YouTube-kanaal over vijf jaar heruitgaven van Beatlesalbums in boxsets met daarbij o.a. aandacht voor de Giles Martin mix. Hij beschrijft hoe hij meerdere versies van ‘Pepper’ heeft (stereo, mono, de G. Martin mix). Elke keer na het beluisteren van één van die versies denkt hij dat hij zojuist de ultieme versie gehoord heeft. Beluistert hij vervolgens een andere versie weet hij het zeker: mooier dan bij deze versie wordt het niet. Dat is ook hoe ik het ervaar. Het is een manier om de muziek die je meer dan kent toch ‘als nieuw’ te ervaren. Giles Martin heeft daarbij volgens mij vrijelijk gebruik gemaakt van wat er in de archieven van EMI ligt, want met regelmaat komen er dingen voorbij die zó niet op de oorspronkelijke stereo-versies van de albums staan. Kleine, nauwelijks opvallende dingen, maar toch.

De kritiek op deze mixen richt zich voor een deel op het (te) zwaar aanzetten van de bas. Waar de jaren 60 een technisch bepaald maximum kenden waar het gaat om de weergave van Pauls bas doordat teveel bas de naald uit de groef zou wippen op de nu niet bepaald HiFi platenspelers van die tijd, kan Giles de bas boosten tot in het oneindige. Ik weet niet hoe ik het zou vinden als zijn mix de enige zou zijn, maar nu ik meerdere mixen kan beluisteren, ervaar ik de duidelijke aanwezigheid van McCartney’s bas bij hem als prettig. Het is geen straf om deze melodieuze, inventieve baslijnen een keer zo dragend in de mix te horen.

Naast The Beatles-boxsets is er voor ‘ons kamp’ natuurlijk nog de ‘Paul McCartney Archive Collection’. Met name de super deluxe boxsets bieden een overdaad aan materiaal. Boeken, foto’s, facsimile’s van teksten, beeldmateriaal op dvd etc. De cd’s met extra’s zijn wisselend. In de ene boxset zijn ze gevuld met veel prachtig materiaal zoals singles, outtakes, live-opnames etc. In een andere box bieden ze vrij weinig.

Minder interessant waar het gaat om de bonus-cd’s zijn wat mij betreft de box van Wild Life en die horend bij Wings at the Speed of Sound. Begrijp me niet verkeerd; als geheel zijn beide boxsets geweldig, maar het bonusmateriaal is niet het meest interessante uit de serie. Met name laatst genoemde blinkt uit in weinig wat betreft kwantiteit en zo mogelijk nog minder waar het gaat om kwaliteit. Wild Life heeft in ieder geval nog een Rough Mixes cd. Niet onmisbaar, maar al met al zeker het beluisteren waard.

Overigens is het niet zo gek dat Wild Life een karig overzicht biedt waar het gaat om extra’s. Het is een met ‘the speed of sound’ opgenomen album. Er zal idd weinig ongebruikt gebleven zijn. De opnamen voor At The Speed of Sound namen zes weken in beslag. Ook niet overdreven lang, hoewel McCartney zegt dat dat album sneller had kunnen worden opgenomen (but we didn’t want to rush it).

Een box die ook wat betreft de outtakes veel te bieden heeft is Flowers in The Dirt.
In deze box vindt je o.a. twee cd’s met demo’s van songs geschreven en opgenomen met Elvis Costello. Twee keer dezelfde demo’s in verschillende stadia van ontwikkeling. Een deel van die songs vond een plek op albums van Elvis Costello.
Zo ook het nummer Playboy to a Man. Dit maakt het mogelijk om, bij alles wat (grotendeels) gelijk is in beide uitvoeringen (tekst, melodie, harmonisatie) te genieten van de verschillen.
Een leuke bezigheid, waarbij het hier opvalt dat de giftige tekst bij Costello een veel bijtender vertolking krijgt dan bij McCartney. Costello gaf het nummer een plekje op zijn album Mighty Like a Rose (1991). Playboy krijgt op een album dat qua stijl wel iets McCartney-achtigs heeft een typisch vintage Costello sausje. Een snijdende uitvoering compleet met archaïsch klinkend orgeltje. Je krijgt (net als bij Dylan’s Like a Rolling Stone) bijna medelijden met de hoofdpersoon van het liedje.

En Paul? Ach, aartsoptimist McCartney klinkt eigenlijk altijd vriendelijk. Zelfs Too Many People is bovenal toegankelijke pop. Press to Play is denk ik het enige album dat een echt agressieve McCartney laat horen in o.a. Angry. Maar dat is op z’n zachtst gezegd een atypisch album. Playboy to a Man klinkt in zijn handen wollig en op een bepaalde manier zelfs warm.

En nu lijkt het erop dat London Town en Back to the Egg de volgende albums worden in de Archive Collection. Dit zijn zeker geen topalbums in de discografie van McCartney, hoewel ik moet bekennen dat ik een zwak heb voor ‘Egg’ en massa’s goede herinneringen aan de release van London Town, maar misschien verandert de kijk op deze laatste Wings-albums na het beluisteren van (hopelijk) een vracht outtakes. Een beetje zoals de dubbel-lp reconstructie van ‘Red Rose Speedway’ voor mij het destijds uitgegeven album in een ander licht plaatste, vooral doordat de balans tussen ballads en het wat steviger werk beter werd.

We zullen zien. Ik merk in ieder geval dat, waar ik aanvankelijk de outtakes in de boxen van The Beatles en McCartney slechts af en toe beluisterde omdat ik liever het overbekende album nog een keer beluisterde, tegenwoordig steeds vaker de extra’s beluister omdat het door deze extra’s mogelijk is ‘meer van hetzelfde maar dan net even anders’ te beluisteren.

Bij The Beatles speelt dan toch een variatie op het boven beschreven US-albums sentiment mee ben ik bang. De overbekende oorspronkelijke albums zijn zo verweven met mijn DNA dat het beluisteren van alternatieven ongemakkelijk voelde. Gewoon jeugdsentiment dus. Maar ik slaag er steeds beter in om die emotie in de wacht te zetten waardoor ik meer en meer open sta voor de schoonheid van de keuzemogelijkheden, of het nu een mix-variatie, een andere versie van een nummer, of een nummer betreft dat het album nooit gehaald heeft.
Kortom: leve de jubileumuitgave en leve de Archive Collection.

In deel 2 tzt aandacht voor de acht lp-box All Things Must Pass en de Lennon boxsets Imagine en Plastic Ono Band.