Vrienden

Het is een lieve scène. De man die qua muzikale inspraak tweede viool moest spelen t.o.v. John en Paul, staat, gewapend met een gitaar, naast Ringo aan een vleugel en kijkt begin 1969 glimlachend toe terwijl de drummer gebogen over het instrument laat horen wat hij op dat moment heeft van wat uiteindelijk zijn tweede song op een Beatlesalbum zou worden.
Al snel komt George met suggesties. Suggesties die Ringo graag overneemt. Harrison lacht ergens tijdens dit proces naar George Martin die er inmiddels bij is komen staan. Een lach die liefdevol behulpzaam is. Een lach die verraadt dat de gitarist als het gaat om het schrijven van songs met afstand de meerdere van de drummer is.
Maar ook een lach die als geruststellend voor de toekomst gezien kan worden: George zou zich nog vaak over Ringo ontfermen. De drummer die in de nadagen van zijn leven binnen The Beatles zelf ook getwijfeld zal hebben aan zijn muzikale toekomst gescheiden van de andere drie.

Het album ‘Ringo’, verschenen in november 1973 als derde solo-album, was allesbehalve het eerste Beatles-solo album dat ik kocht. Ik was niet zo heel erg benieuwd naar een Ringo zonder John, Paul en George. Maar ja, dat was het hem nu juist: dit was Ringo mét John, George en gescheiden door de noodzaak de lp om te draaien voor kant twee, Paul. Dichter bij een Beatles-reünie zouden we voorlopig niet komen. Weliswaar speelden ze nergens op het album alle vier samen, maar drie samen voor ‘I’m the Greatest’ en op de B kant nog een keer Ringo met de ex-Beatle die verstek liet gaan tijdens de openingstrack (Paul), het werd steeds verleidelijker het album te kopen.

Vier Beatles op een schijf. De vier namen, nog niet zo lang geleden als band opererend, nu als individuen op dit album van Ringo. Het zou uiteindelijk het meest reünie-achtige moment op een zwarte schijf ooit blijken te zijn. Ja, ik weet het, er zouden postuum nog drie singles aan The Beatlescanon toegevoegd worden, maar deze singles waren strikt genomen natuurlijk niet het gevolg van een (voltallige) reünie. ‘Free as a Bird’ en ‘Real Love’ kwamen tot stand zonder de fysieke aanwezigheid van John en ‘Now and Then’ kwam tot leven terwijl enkel Paul en Ringo erbij waren.

Ik kan me voorstellen dat met name laatst genoemde song een grote sentimentele waarde heeft, maar in vergelijking tot deze vier namen op de hoes van het album van Ringo, eerste helft jaren ‘70 in de bakken van de platenzaak, is dit wat mij betreft maar een slap aftreksel qua magische beleving. Destijds was het spannender omdat het rond het verschijnen van het album ‘Ringo’ gonsde van de geruchten over een mogelijke reünie. Het moest er ooit van komen, toch? En dit album leek een erg positief teken.

Vier namen tegen wil en dank voor eeuwig tot elkaar veroordeeld door de roem van het gedeelde succesvolle verleden dat amper een decennium besloeg. Vier namen op een album. En dat was niet alles. Ik wist het destijds niet, maar op de lijst medewerkenden bleken heel veel grote namen uit de muziekwereld te staan. Billy Preston kende ik natuurlijk, maar dat een groot deel van The Band aanwezig was ontging mij.
Het waren gewoon namen. Het hadden wat mij betreft studiomuzikanten kunnen zijn.

Overigens is Paul natuurlijk ook aanwezig op kant A van de vinylversie. Hij speelt ‘Mouth Sax’ op ‘You’re Sixteen’. De song geschreven in 1960, maar qua stijl ouder klinkend. Bij Ringo is deze afsluiter van kant A in goede handen. Ik vraag me af of er nog iemand te vinden zou zijn die een dergelijke track in een jaren vijftig idioom in de jaren zeventig van de vorige eeuw met zijn erg veranderde muzikale smaak zo op z’n plek zou hebben kunnen laten klinken.

Ik moest bij ‘Sixteen’ echt twee keer kijken, waarbij ik die tweede keer alle naam- en instrument-combinaties bewust op me in liet werken, maar het stond er toch echt; Backing Voices; Harry Nilsson. Deze geweldige koortjes zijn het werk van één man. Wat een stem! Hij smeerde zijn stem natuurlijk ook met enige regelmaat, maar jeetje wat doet hij dit fenomenaal.
Voeg daar de onnavolgbare Nicky Hopkins aan toe en er ligt een stevig fundament voor een top luisterervaring. Het plezier spat er af.

Misschien is dat wel één van de redenen, naast de latere mindere songwriters, dat de albums van Ringo nergens meer zo goed hebben geklonken als het album ‘Ringo’ ( en misschien ‘Goodnight Vienna’?) uit 1973; de club vrienden van naam die te hulp schoot. Niet dat het nu kleine jongens zijn, maar de laatste jaren is het toch wel wat éénvormig geworden, zowel binnen een album-tracklist als van album naar album. Het lijken wel variaties op een thema.

Maar niet in 1973. Zelfs een in muzikaal-technisch opzicht niet bijster interessante song als ‘O My My’ wordt onweerstaanbaar door het pianospel van Billy Preston. Tussen alle grote namen die medewerking verlenen aan deze track staat daar ook, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, de naam Merry Clayton. De vrouw die Mick Jagger tot figurant degradeerde in ‘Gimme Shelter’ op ‘Let it Bleed’.
Heerlijk ook die twee drummers; Ringo en Jim Keltner.

En dan good old George. De man wiens liefdevolle lachje tijdens de ‘Get Back’ sessies de geruststelling in zich droeg dat hij muzikaal gezien om zou zien naar ‘zijn’ drummer, maakt zijn belofte hier meer dan waar. Zingend en spelend aanwezig op delen van dit album, waarbij zijn zo kenmerkende gitaarspel hier en daar het gave randje krijgt dat zijn spel op ‘Imagine’ kleurt.
Daarnaast zijn er de twee Harrison-songs en de co-writers credit op ‘Photograph’.

Maakt dit alles ‘Ringo’ tot een absoluut top-album? Natuurlijk niet. Dat kun je ook niet verwachten. John en Paul b.v. zouden nooit hun beste composities afstaan aan Ringo. Ik moet wel zeggen dat ik ‘I’m the Greatest’ een heerlijk uitgevoerd nummer vind met een geniale tekst die enkel gezongen kan worden door iemand als Ringo. Top ook om Lennon’s zo herkenbare stem te horen harmoniseren op de achtergrond.

Op de tape met demo’s van songs die uiteindelijk op ‘Double Fantasy’ terecht zouden komen mompelt Lennon enkele keren dingen als: ‘Just give this one to Ringo’. Lennon twijfelde aan de kwaliteit van de songs en dat was voor hem een reden ze eventueel aan Ringo te geven. Omdat zijn producer enthousiast was over het materiaal nam hij uiteindelijk toch alles zelf op. Maar de strekking is duidelijk: Ringo helpen; ja, maar niet met zijn beste songs.

Dus nee, zeker geen topalbum, maar het album staat wel garant voor ruim een half uur vermaak. En is dat niet een heel belangrijk aspect van de muzikale beleving? Gewoon vermaakt worden omdat de klanken aanstekelijk zijn en de musici allemaal top? Het hoeft niet altijd ergens over te gaan, niet altijd diepgaand te zijn. Alsjeblieft niet zeg.

De hoes weerspiegelt de lichtvoetigheid van de muziek. Een hoes, ontworpen door Tim Bruckner, herinnerend aan de hoes van ‘Pepper’ met de hoofdrolspeler natuurlijk in de spotlights, terwijl achter hem een keur aan musici, bijna stuk voor stuk grotere musici dan de man zelf, staat. Naast Ringo een cherubijntje met het hoofd van een drinkebroeder. Volgens ontwerper Bruckner in een interview uit 2015 is het cherubijntje een sidekick van Ringo. Een grapje toegevoegd om tegemoet te komen aan Ringo’s gevoel voor humor.

Een gevoel voor humor dat ook tot uiting komt in het label: Ringo ‘spinning round with the sounds’. Ik vond die verwaaide kop uitstekend boven het witte doek waaronder de rest van de man schuil ging destijds wel grappig.
De als een ‘Latijnse’ spreuk gepresenteerde woorden op een schild boven het geheel completeren het plaatje. ‘Duit.on.mon.dei.’

Inmiddels staat mijn oude, rond 1976 aangeschafte exemplaar verkleurd en wel naast een meer recente versie. Remastered, dat begrip dat soms goed is voor de klank (b.v. in het geval van de meest recente Lennon-releases die tevens geremixt zijn), maar veel vaker vooral voor de portemonnee van de muziekindustrie. Mijn oude analoge zwarte schijf laat de nieuwere versie met z’n te zwaar aangezette bas qua klank kansloos achter zich.
‘Ringo’, een album dat met dank aan de crème de la crème van de muziekwereld van die dagen een zeer aangenaam klinkende verzameling songs geworden is.
With (more then) a little help from his friends.
Je zult maar zulke vrienden hebben, dan doe je toch iets goed.